Hoofdtekst
In Stolk had je vroeger jare een vrouw, dat was een slaapwandelaar. 't Was een boerenmeid. Ze ging dikkels stijf vroeg melke en om bij de koeie te komme mos ze over een plank hene. Dan was ze dikkels al klaar voordat de andere begonne ware. Op een keer heb die boereknecht, die in 't land d'r naast melkte, voor de grap de plank opgehaald. Toen is ze verdronke. Want je mot goed begrijpe, ze gong zo vroeg melke in d'r droom of in d'r slaap.
Beschrijving
In Stolwijk was een boerenmeid die slaapwandelde. In haar slaap ging ze altijd 's ochtends heel vroeg de koeien melken. Om daar te komen moest ze over een plank heen lopen. Op een keer haalde een boerenknecht voor de grap de plank weg en toen is de meid verdronken.
Bron
Henk Kooijman: Volksverhalen uit het grensgebied van Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant. Amsterdam 1988.
Commentaar
Dit verhaal kennen velen uit de streek, vooral in de Krimpenerwaard. In de Haastrechtse versie is er nog een vervolg op: en op de plaats, waar dat meisje verdronk stegen de luchtbellen omhoog en die vormden samen de melkweg aan de hemel. Men vertelt er dan bij: als je goed kijkt, dan kan je nog zien, waar de plank ontbrak. D.w.z. daar was een open ruimte.
Naam Locatie in Tekst
Stolwijk   
Plaats van Handelen
Stolwijk   
