Hoofdtekst
In IJsselstein had je vroeger een vrouwmens en dat heette Jannegie de Pollepel. Toen had bekant iedereen een bijnaam. Ze kwam wel is bij die boer, daar ik werkte, om dut dat, een droge takkenbos bevoorbeeld. Die kreeg ze altijd. Daar was ze erg en erg dankbaar voor. Weet je wat ze dan zee: "Janus, azzie is een koei heb", want die boer had een stuk of wat koeie op kalve staan, "Janus", zee ze dan, "as d'r een koei an 't licht staat[1], dan wil ik ie wel een stukkie gebedeld brood brenge, hoor!"
[1] een koe, waarvan de nageboorte niet af kwam
[1] een koe, waarvan de nageboorte niet af kwam
Beschrijving
Jannegie de Pollepel kwam altijd bij boer Janus voor een droge bos takken. Daar was ze erg dankbaar voor. Jannegie zei tegen Janus: "Als je een koe hebt waarvan de nageboorte niet af komt, dan wil ik wel een stuk gebedeld brood brengen."
Bron
Henk Kooijman: Volksverhalen uit het grensgebied van Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant. Amsterdam 1988.
Naam Overig in Tekst
Jannegie de Pollepel   
Janus   
Naam Locatie in Tekst
IJsselstein   
Plaats van Handelen
IJsselstein   
