Hoofdtekst
Deze sprookje van Assepoester. Kasian, ze heeft geen moeder meer. Zij moet huis schoonmaken voor boze stiefmoeder. Koken, bed opmaken, naaien, strijken, wassen voor dat rotwijf en zijn twee dochters – Donna Bella en Bella Donna. “Wat nog niet klaar, mijn nieuw japon voor de bal? Ajoh, gauw, anders ik zal jou wel leren ja.” Want is d’r groot bal bij de koning en die twee op hun mooist, jij ken wel begrijpen. De prins nog niet getrouwd en zij hopen op, maar hij bedankt feestelijk. Te lelijk zeg. Die ene heeft een neus, net een rotte pisang. En die ander weet ik niet meer, ik geloof zij kijkt scheel, zo seperti kepiting. Maar ja, zij verbeelden zich seksbom ja. Assepoester wil ook graag naar de bal. Zij is gek op dansen, maar natuurlijk zij mag niet van haar boze stiefmoeder. Zij moet thuisblijven. ‘’Jij naar de bal, je hebt toch geen kleren en helemaal vies van altijd maar slapen in de dapoer met zwarte arangstrepen over je gezicht. Tjoba! Koerang adjar zeg. Hoe durf jij!” Whah en als die twee dan weer thuis: “Heb je gezien, de prins, hij kijk alleen maar naar mij.” “Naar jou, naar mij bedoel je zeker. Hij is helemaal kepingin van mij.” “Aah zeker van die neus van jou.” “Nou zeg maar niks jij. Jij kijkt met 1 oog naar de zon met 1 oog naar de maan.” En zij trekken de haren uit elkaars kop. Soms, zij moet wel lachen Assepoester. Maar als dan weer alleen, zij huilt, zij huilt. Zij gaat naar de graf van haar moeder. “Adoe, moesje. Was jij maar niet dood. Ik heb zo’n soesah. Altijd maar in de dapoer. Altijd maar werken. Nooit ‘s naar de bal.” Haar baboe tètè hoort toevallig en krijgt kasian. Goede fee, deze. Zij ken toveren, zij ken goena-goena. Zij denkt, wacht maar. Eén nacht, zij komt stilletjes de dapoer binnen. Assepoester slaapt op de grond. Zij wordt wakker. “Wie daar dan?” “Is ik, is jou baboe tètè.” “Massa, jij, vanwaar jij zo ineens?” “Nou, geeft niet van waar. Zeg maar liever, wil jij ook graag naar de bal?” “Wil wel, baboe tètè, maar hoe ken als toch geen kleren?” “Geen kleren? Kijk dan!” Zij kijkt en waar zo-even nog de vaatdoek, hangt nu prachtige baljapon. Helemaal van zij en met gepliseerd van onder. “Nou, wat zeg je nou?” “Moooi, baboe tètè. Zal ik passen?” “Pas maar.” “Maar is d’r niet spiegel.” “Is d’r wel, kijk maar.” Zij kijkt en waar anders alleen maar pannen, is d’r nu grote spiegel. Zij ken zich helemaal zien. Past precies, die baljapon. Assepoester helemaal bingoeng. “Baboe tètè, heb u ook aan schoenen gedacht?” “Tuurlijk heb ik aan gedacht. Baboe tètè zal schoenen toch niet vergeten. Kijk dan. Glazen muiltjes. Laat maar niet vallen, anders kapot ja!” Assepoester past glazen muiltjes. Ook weer precies haar maat. Heel kleine muiltjes, deze. Zij heeft maat 35. “Moooi baboe tètè. Kan ik zo gaan?” “Zo gaan, zonder juwelen?” “Juwelen? Ik heb niet, baboe tètè.” “Je hebt wel, kijk maar.” Zij kijkt en bordje nasi rames staat overgebleven, ineens een grote doos met schit-te-rende juwelen. Tjintj’in en oorbel en broche en armband en allemaal goud en parel en intan. De sambal oelek robijn geworden. Assepoester durft gewoon niet aan te komen. Baboe tètè doet haar om. “Nou, kijk nou is in de spiegel.” Zij kijkt. Ge-wel-dig gewoon. Seperti ratoe, mankeert alleen nog kroon. Haar haar ook ineens mooi opgemaakt. Zij begrijpt niet hoe. Allemaal door goena-goena. Kondé met peneti mas en melati. Ruikt heerlijk. “Zo en nu maar gauw naar de bal. Brani soempa, als de prins jou ziet, hij is weg van je.” “Adoe, zoiets niet zeggen, baboe tètè.” “Nou ja, wacht maar af.” “Maar hoe nou naar de bal, baboe tètè? Is d’r sado?” “Is d’r veel mooiere. Kijk dan, die grote doerian daar.” Zij kijkt en de doerian gaat open en is opeens prachtige landauer. “En hoe nou de paarden?” “Nou kijk dan, die muizen.” Zij gebruikt toverspreuk en vier muizen, zij worden grote witte paarden. Appelschimmels deze. Van één tjitjak zij maakt koetsier, van één kakkerlak zij maakt palfrenier achterop. “Nou, stap nou maar in.” “Adoe, durf niet goed baboe tètè.” “Ajoh branie, is toch allemaal voor jou. Maar wacht even, zou bijna vergeten. Als al middernacht, meteen terug naar huis ja? Niet op de bal blijven, ja? Anders alles weer weg. Japon, juwelen, glazen muiltjes. Je schaamt je dood.” Zij belooft baboe tètè. Zij stapt in landauer en zo naar de bal. Kataklop, kataklop, kateklop en tsjingelingling de zilveren bellen. Wie komt daar, deze schone dame? Zij kijken allemaal verbaasd. Haar zusters vreselijk jaloers. Maar natuurlijk, zij herkennen Assepoester niet. De prins, hij kijkt ook. “Whah, ik wil gauw voorgesteld worden, zeg.” Hij roept zijn adjudant en vraagt haar ten dans. Langzame Engelse wals deze. Zij danst verukkelijk. “Wie dan jij?” vraagt de prins. Natuurlijk zij is maloe om te zeggen wie zij is. “Nou ja hoeft ook niet. Ik kan aan jouw kleren en aan al die juwelen, die parels en die intan toch wel zien. Jij bent vast gravin of prinses.” Zij kent niet berbohong, Assepoester. Te eerlijk. Zij zegt: “Allemaal van mijn baboe tètè gekregen.” “Van jouw baboe tètè?” Hij moet lachen. Mooie mop zeg. Al helemaal verkikkerd op haar, de prins. De hele avond, hij danst met niemand anders. Je kent begrijpen hoe razend Donna Bella en Bella Donna de pest in zijn. Ineens: Dong dong dong. Zij schrikt zich rot, Assepoester. Bijna de tijd vergeten. “Sorry prins. Ik moet weg” zegt zij. Net midden in een dans. Hij ken niet begrijpen. “Weg, waarom deze? Juist zo gezellig nou.” “Betoel prins, ik moet weg. Ik heb baboe tètè beloofd.” Dong dong dong. “Alweer jouw baboe tètè? Wat is dat toch met die baboe tètè van jou?” Dong dong dong. Zij vlucht uit zijn armen. “Kom dan terug! Ik wil met je trouwen!” “Ken niet prins, ken niet” huilt zij. Gauw in de landauer. Dong dong doooong. Middernacht deze. Weg landauer, weg appelschimmels, weg koetsier en palfrenier. Zij huilt op blote voeten naar huis. In de dapoer is d’r weer een muis en de kakkerlak, de tjiktjak en de doerian. Van verdriet zij eet bordje nasi rames maar op. Zij ken niet vergeten mooie jonge prins. “Ik wil met je trouwen”. Nou ja, maar hij denkt zij is prinses of gravin. Allah… Eén ding zij weet niet Assepoester. In de paleis is glazen muiltje gevonden. In de haast zij heeft verloren. Niet eens gemerkt. “Glazen muiltje kan alleen maar van schone onbekende zijn” denkt de prins. En hij stuurt zijn herauten door de hele land. “Wie heeft op de bal glazen muiltje verloren? Kleine maat, iedereen mag passen. Als past, ik trouw met haar.” Na een tijdje zij komen ook bij Donna Bella en Bella Donna. Zij hebben hun voet in ijswater gestoken, maar helpt niet. Zij hebben maat 40. Die herauten, zij lachen zich kapot. Seperti kaki gajah! Net olifantenpoten! “Niemand anders hier in huis?” vragen ze. “Alleen onze moeder nog.” Want aan Assepoester, ze denken niet eens. “Nou ja, jullie moeder. Ha, djangan magiela met ons zeg!” Assepoester kijkt toevallig om de keukendeur. “Dat jullie moeder?” vragen de herauten. “Nee, alleen maar Assepoester. Die is niet op de bal geweest. Altijd in vieze ouwe kleren en helemaal zwart van de arang.” “Ja, maar kleine voetjes. Kijk maar” zegt die ene heraut. Die ander zegt: “Kom maar hier, jij mag ook passen.” En natuurlijk, de muiltje past precies. En de baboe tètè komt gauw aangelopen. Zij tovert en daar staat weer de schone onbekende. Die andere twee, zij krijgen bijna beroerte. Maar Assepoester weer in de landauer naar de paleis. En de prins, hij zegt dadelijk: “Ido djar, dat is hem!” En zij trouwen en zij krijgen veeel kinderen. Allemaal prinsen en prinsessen. Baboe tètè, zij mag ook in de paleis wonen. Zij wordt hofdame, eerste klas deze. En zij leefden lang en gelukkig en toen kwam die olifant met zijn lange snuit en blies de verhaal uit. Zo: pfffffffff.
Onderwerp
AT 0510 - Cinderella and Cap o' Rushes   
ATU 0510A - Cinderella.   
Beschrijving
Assepoester mag van haar stiefmoeder niet naar het bal van de koning, maar met de hulp van haar baboe tètè, een fee, verschijnt ze als 'onbekende schone' toch op het bal. De prins wordt verliefd op Assepoester en danst de hele avond met haar. Om middernacht vlucht ze naar huis en in de haast verliest ze haar glazen muiltje. De prins gaat op zoek naar de vrouw van wie het schoentje is, met de bedoeling om met haar te trouwen. Ook bij het huis waar Assepoester woont komen ze langs en ze krijgt de kans om het muiltje te passen. Deze past perfect en ze vertrekken naar het paleis, waar ze lang en gelukkig leven.
Bron
Sprookjes op z'n Indisch, verteld door Johan Fabricius (langspeelplaat)
Commentaar
Het sprookje wordt verteld in het Nederlands-Indisch. Woordenlijst:
seperti kepiting = net als een krab
dapoer = keuken
arang = houtskool
tjoba! (in dit geval) nee maar!
koerang adjar = brutaal
kepingin = verliefd, verkikkerd
baboe tètè = min (tètè = borst)
goena-goena = zwarte magie
massa = uitroep van verbazing
bingoeng = in de war
nasi rames = kleine rijsttafel
tjintj'in = ring
intan = diamant
sambal oelek = gewreven Spaanse peper
seperti ratoe = net een koningin
kondé = haarwrong
peneti mas = gouden speld
melati = kleine roomwitte, zoetgeurende bloem
brani soempa = ik durf er op te zweren
sado = klein huurrijtuigje (dos-à-dos)
doerian = grote Indische vrucht
seperti kepiting = net als een krab
dapoer = keuken
arang = houtskool
tjoba! (in dit geval) nee maar!
koerang adjar = brutaal
kepingin = verliefd, verkikkerd
baboe tètè = min (tètè = borst)
goena-goena = zwarte magie
massa = uitroep van verbazing
bingoeng = in de war
nasi rames = kleine rijsttafel
tjintj'in = ring
intan = diamant
sambal oelek = gewreven Spaanse peper
seperti ratoe = net een koningin
kondé = haarwrong
peneti mas = gouden speld
melati = kleine roomwitte, zoetgeurende bloem
brani soempa = ik durf er op te zweren
sado = klein huurrijtuigje (dos-à-dos)
doerian = grote Indische vrucht
Naam Overig in Tekst
Assepoester   

