Hoofdtekst
Ten oosten van het terrein, waarop nu het Nieuwe Weeshuis staat, bevond zich, parallel aan de huizenrij tusschen de Molenkom en de Rijnstraat, in welker buurt de firma Everts en Bicker eene stijfsel- en aardappelstroopfabriek had, een blok armoedige huisjes, waarin een paar echte Arnhemsche straattypen woonden. Ik herinner me nog zeer goed den ouden Klaas Kampvechter met zijn bombazijnen pandbuis en broek en den onafscheidelijken dof-vilten hoogen hoed; hij dreef negotie in noten, gedroogde schol en scharretjes, en werd door de jeugd nog al eens in de maling genomen; ook staat me nog een visscher voor den geest, wiens lange hengelstokken met echte hazelnoten toppen buiten tegen zijn huisje stonden en ver boven het bouwvallige dak, waarop een kruisnet lag, uitstaken.
Voorts woonde hier ook „Ridder Stoks" altijd met de Militaire Willemsorde, groot model, op zijn grijsbruine, armoedige plunje. Hoewel hij later wegens wangedrag tot het dragen van het eerekruis onwaardig was bevonden, heeft men toch de Ridderstraat naar hem genoemd. De buurvrouw van Stoks werd door het volk voor eene tooverheks gehouden; zij maakte er haar werk van, de vuilnisbakken met een krom gebogen ijzertje na te snuffelen, en veroorzaakte daarbij heel wat herrie in de buurten, welke zij bezocht, doordat de straatjeugd haar als „Lömpke, Botje, Duuvel op 't dak'' schold. Steeds liep zij in sterk voorovergebogen houding met een grauwlinnen zak op den rug, terwijl haar opgebonden schort van dezelfde stof eveneens tot bergplaats van haar schatten diende.
Toen dit buurtje was afgebroken, kwamen er twee huizen te staan, welke men nog op het Nieuwe plein in het verlengde van de Rijnstraat aantreft.
Voorts woonde hier ook „Ridder Stoks" altijd met de Militaire Willemsorde, groot model, op zijn grijsbruine, armoedige plunje. Hoewel hij later wegens wangedrag tot het dragen van het eerekruis onwaardig was bevonden, heeft men toch de Ridderstraat naar hem genoemd. De buurvrouw van Stoks werd door het volk voor eene tooverheks gehouden; zij maakte er haar werk van, de vuilnisbakken met een krom gebogen ijzertje na te snuffelen, en veroorzaakte daarbij heel wat herrie in de buurten, welke zij bezocht, doordat de straatjeugd haar als „Lömpke, Botje, Duuvel op 't dak'' schold. Steeds liep zij in sterk voorovergebogen houding met een grauwlinnen zak op den rug, terwijl haar opgebonden schort van dezelfde stof eveneens tot bergplaats van haar schatten diende.
Toen dit buurtje was afgebroken, kwamen er twee huizen te staan, welke men nog op het Nieuwe plein in het verlengde van de Rijnstraat aantreft.
Beschrijving
De buurvrouw van ''Ridder Stoks'' werd door het volk voor een toverheks gehouden omdat zij vaak de vuilnisbakken langs ging, om deze met een krom gebogen ijzertje na te snuffelen. Daarbij veroorzaakte zij heel wat herrie in de buurt doordat de straatjeugd haar uitschold voor „Lömpke, Botje, Duuvel op 't dak''. De vrouw liep voorovergebogen met een grauwlinnen zak op haar rug, terwijl ze haar schort als opbergplaats voor haar schatten gebruikte.
Bron
Markus, A.: Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw: met geschiedkundige aantekeningen (Arnhem 1907), 10.
Naam Overig in Tekst
Firma Everts en Bicker   
Klaas Kampvechter   
Ridder Stoks   
Naam Locatie in Tekst
Nieuwe Weesthuis   
Molenkom   
Rijnstraat   
Nieuwe plein   
Ridderstraat   
Plaats van Handelen
Arnhem   
