Hoofdtekst
Het begon, daar de zomer ten einde was, 's avonds eens, mogelijk bij betrokken weer, wat vroeger te donkeren; de kerkeraad had wellicht uit zuinigheid nog geen kaarsen op de blakers laten plaatsen; het kon er nog wel mee door. Ds. Jan Steenmeijer, in de wandeling Jan Steen genaamd, die, wat sarcasme aangaat, ook wel wat met dien grooten schilder gemeen had, kon zelfs zijn tekst niet lezen; hij overzag de vergaderde gemeente, krulde zijne onderlip, ten teeken dat er iets was, wat hem niet naar den zin was, en zeide: “Waarde Zusters en Broeders, daar de kerkeraad zoo schaarsch is met het licht, zal ik ook schaars zijn met mijne woorden. Amen! Zingen wij tot besluit het bekende laatste vers van psalm 72”. En daarmee was de dienst afgeloopen.
Beschrijving
Dominee Jan Steenmeijer moest preken terwijl het begon te schemeren en de kerkenraad had (wellicht uit zuinigheid) nog geen kaarsen laten plaatsen. De dominee, niet tevreden met de situatie, begon zijn preek met de woorden “Waarde Zusters en Broeders, daar de kerkeraad zoo schaarsch is met het licht, zal ik ook schaars zijn met mijne woorden. Amen! Zingen wij tot besluit het bekende laatste vers van psalm 72”. En daarmee was de dienst afgelopen.
Bron
Markus, A.: Arnhem omstreeks het midden der vorige eeuw: met geschiedkundige aantekeningen (Arnhem 1907), 260-261.
Naam Overig in Tekst
Ds. Jan Steenmeijer   
Jan Steen   
Plaats van Handelen
Arnhem   
