Hoofdtekst
Dit felle dier riep dikwerf met grooten geruchte, Gelre! Gelre! Gelre! Het had groote brandende oogen, die men des nachts als 't duister was, bescheidelic en claerlic sien mochte.
De bewoners van die streek, alwaar zich dit monster bevond, ruimden langzamerhand allen dat land en zouden gezamenlijk vertrokken zijn; indien zij van het ondier niet verlost waren geworden. Doch [Otto], de Heer van Pont, die daaromtrent woonde, en vele schade van dit beest leed, had twee zonen die beide heerlijke, stoute, jonge mannen waren, de een heette Lupold, de andere Wychaart [Wichard.] Deze jongelingen nu namen op aanraden van hunnen vader zich voor, dit monster te beschrijden.
Zij rusteden zich wel toe, trokken tegen den nacht uit, kwamen ter plaatse, waar zij meenden dat het dier zich ophield en bemerkten het al spoedig door de lichtinge zijner oogen, trokken toen in den naam van God er tegen op en overwonnen en doodden hetzelve. Toen zij dit dier verslagen hadden, was al het volk, hetgeen daaromtrent woonde, zeer verblijd, dat zij van dit kwaad, venijnig dier verlost waren, zij begaven zich alle onder deze twee broeders, en kozen hen om voogden over hun land te zijn.
Deze twee broeders nu stichtten met hunnen vader, op de plek, waar het beest verslagen was, een begrip en veste en noemden dat Gelre, zooals het dier plagt te roepen. Dit is de stede van Gelre, van welke veste ofte stad, het geheele land zijnen naam verkregen heeft.
Enige jaren daarna stierf Lupold de jongste broeder en Wychaart bleef alleen voogd van Gelderland, daarna stierf ook de Heer van Pont, zijn vader, en Wychaart voerde in zijn wapen een schild van goud met drie mispelbloemen van keel.
Onderwerp
TM 3113 - De draak van Gelre   
Beschrijving
Bron
Naam Overig in Tekst
Heer van Pont   
Wychaart (Wichard)   
Karel de Kale   
Lupold   
Otto   
God   
Naam Locatie in Tekst
Keulen   
Gelre   
Rome   
Gelderland   
Plaats van Handelen
Gelderland   
