Beschrijving
(a) De vos bindt zijn staart, (a1) de staart van de wolf, vast aan een paard dat ogenschijnlijk dood in de wei ligt, om het weg te slepen. Het paard sleurt hem (de wolf) met zich mee [K1047]. (b) Een haas die dit ziet lacht zo dat zijn bovenlip scheurt. Daarom hebben de hazen nu een gespleten bovenlip [A2211.2].
Subgenre
sprookje
Literatuur
Delarue & Tenèze 1976 321
Liungman 1961 10, 354
Schwarzbaum 1979 231-234.

