Beschrijving
(a) Koning leeuw [B240.4], (a1) de leeuw, (a2) 2 tijgers, (a3) een leeuw en een tijger, (b) is te oud om te jagen, (b2) verwijt de leeuwin dat ze stinkt; (b3) twisten erover wie van hen het mooiste stemgeluid heeft. (c) Alle vette dieren, (c1) de hond, het schaap en de vos, (c2) de ezel, os en vos, (c3) de vos, (d) moet(en) oordelen of hij al of niet een slechte adem heeft, (d1) de leeuwin al of niet stinkt, (d2) wie van hen beiden gelijk heeft. (e) Wie, (e1) het schaap dat, nee zegt, wordt opgegeten omdat hij hypocriet is, (e2) de ezel, die de leeuw gelijk geeft, wordt door de leeuwin gedood. (f) Wie, (f1) de hond die, ja zegt, wordt opgegeten omdat hij zijne majesteit beledigt, (f2) de os, die de leeuwin gelijk geeft, wordt door de leeuw gedood. (g) De vos redt zich er uit, hij kan niet oordelen omdat hij verkouden is, (g1) geen muzikaal gehoor heeft [J811.2].
Subgenre
sprookje
Literatuur
Holbek 1962 175
La Fontaine VII, 7: La cour du lion
Moser-Rath 1964 184-185, 457
Perry 1965 323-325
Rehermann 1977 131, 272, 324-325
Schwarzbaum 1968 298, 363-364, 480.

