Beschrijving
Een bedelaar, die dingt naar de hand van een boerendochter, loopt met haar vader buiten de stad. Hij zegt: "Dit is mijn lap", en "Daar heb ik nog een lap", enz., en slaat daarbij op zijn verstelde kleren. De boer denkt dat hij de stukken land rondom hen bedoelde en geeft hem zijn dochter [K1917.1].
Subgenre
sprookje

