Beschrijving
(a) Een ooievaar vangt een kikker, (a1) mol, en neemt hem mee in de lucht. (b) Op een gegeven moment vraagt hij zijn prooi: "zal ik je loslaten of opvreten?" "Waar vliegen we nu?" "Boven Dokkum" (bijv.; de verteller noemt een plaats waar een van zijn toehoorders vandaan komt). "Vreet mij dan maar op!"
Subgenre
sprookje
Literatuur
Cornelissen 1929-37 III 171
V.d. Zweerde 1981 109.

