Beschrijving
(a) Een (oude) vrouw, (a1) man, (a2) boer, (a3) knecht, (a4) poep, (a5) reus, (b) op een wagen, (b1) hondekar, (b2) paard, (b3) in een omnibus, (c) neemt een zwaar (zware), (c1) 2 zware), (d) pak, (d1) mand, (d2) zak(ken) (met meel, zaad of veldvruchten), (d3) koffer, (e) op de rug, (e1) schouders, (e2) schoot, (e3) onder de armen, (e4) en houdt deze buiten de wagen, (f) op bevel van de boer waar hij een lift van krijgt, (f1) advies van een voorbijganger. (g) Dan hoeft het paard (de ezel, hond) niet zoveel te trekken (dragen) [J1874.1].
Subgenre
mop
Literatuur
Schwarzbaum 1968 23-24, 314-315
Ranke 1972 41, 140.

