Beschrijving
(a) Een poep heeft een pekelharing, (a1) bokking, (a2) haring, in het gras gelegd of laten vallen. (b) Hij heeft hem gekocht van een koopman, (b1) jood, (c) met als gebruiksaanwijzing: de kop eraf draaien en dan opeten. (d) I.p.v. zijn haring, enz., grijpt hij een kikker, (d1) pad, uit het gras en eet deze op, (e) met de woorden: "Ook al piep je nog zo, gegeten wordt je!" (e1) zoals voorgeschreven [J1761.7].
Subgenre
mop
Literatuur
Buse 1975 230
Christensen 1939 114-115, 188
De Meyer 1968 nr. 1339F*
Geldof 1979 59, 209
De Haan 1974 157-158
Henßen 1951 136
Ter Laan 1930 II 189
Laport 1932 nr. 1262A*
Merkens 1895 18-19, 182
Peuckert & Karasek 1959 125
K. Ranke, in: Fabula III (1959) 320
Strackerjan 1909 II 438-439
Teenstra 1840 69-71
A. Tinneveld, in: Neerl. Volksl. XXV (1976) 175
Tiperegister 1967 nr. 1319N*, 1319N**.

