Beschrijving
(a) Een jongen, (a1) (jongste) knecht, (a2) arbeider, (a3) boer, (a4) koster, (a5) pastoor, (a6) man, (a7) 2 jongens, (b) zit(ten) verstopt in een boom waaronder, (b1) hooiberg waarin, (b2) ziet vanuit een boom, (b3) de hanebalken, dat, (c) een pastoor, (c1) dominee, (c2) de knecht, (c3) de hanebalken, dat, (c) een pastoor, (c1) dominee, (c2) de knecht, (c3) een vrijer, (c4) jongen, (c5) man, (d) met de (zijn) meid, (d1) huishoudstr, (d2) een non, (d3) de boerin, (d4) zijn meisje, (d5) een vrouw, (e) gemeenschap heeft, (e1) haar dit voorstelt. (f) Als zij hem vraagt wie de gevolgen hiervan zal moeten dragen, antwoordt hij: "Daar zal hij hierboven wel voor zorgen." (g) De jongen(s), enz., roept (roepen) hierop: "Om de donder niet, (g1) niet voor (een half) pond tabak, (g2) paar nieuwe klompen, (g3) broek, (h) en een kwartje, (h1) 7 stuivers, (h2) pakje tabak. (i) Dit had de boer, (i1) hadden mensen, (i2) had een man met een oogje op de meid, hem beloofd, (i3) hierom had hij met een vriend gewed, als hij het paar zou (durven) bespieden, (i4) deze had de pastoor hem al eerder beloofd toen hij achter hun affaire gekomen was [K1271.5].
Subgenre
mop
Literatuur
Roth 1977 54, 302
Schmidt 1963 312-322, 411-412.

