Beschrijving
(a) Een knecht wil het contract met zijn broer alleen met een jaar verlengen als hij in dat jaar één dag de baas mag zijn. De boer stemt hiermee in. (a1) Een molenaarsknecht mag pas met de dochter van de smid trouwen als hij f 1000,-- heeft. (b) Op zekere dag maakt de knecht van zijn recht gebruik en laat de boer een kast, (b1) kist, op een wagen laden en naar een brug rijden, waar hij deze in het water gooien wil. (b2) Hij koopt een kist van de smid en handelt hiermee als boven. (c) Iemand in de kast (kist) smeekt hem er uit te laten; het is de landheer, (c1) een heer, (c2) rijke boer, (c3) priester, (c4) student, (c5) schoolmeester, (c6) man, (d) die een verhouding met de vrouw, (d1) dochter, van de boer (smid) heeft, en die door haar uit angst voor ontdekking in de kast (kist) gestopt was, wat de knecht wist. (e) Ze laten (hij laat) de minnaar vrij in ruil voor een som geld, (e1) de benodigde f 1000,--, (e2) de boerderij, (e3) een, (e4) 4, jaar vrije huur van de boerderij, (e5) de belofte dat hij nooit weer bij haar komen zal; (e6) ze smijten de kist in het water [K1555, K443.1].
Subgenre
mop
Literatuur
Roth 1977 95-96, 385-386, 490
Wehse 1979 421-422 nr. 353.

