Beschrijving
(a) Met een, (a1) 2, collega('s), (a2) alleen, steelt Japik een aantal kazen (b) bij een boer, (b1) in een kaaspakhuis. (c) Als hij er genoeg heeft maakt hij opzettelijk zoveel lawaai dat de boer wakker wordt, (c1) de anderen op de vlucht slaan. (d) De boer achtervolgt zijn maat, intussen gooit hij de buit door een open venster. (e) Als de (teruggekeerde) boer hem ontdekt maakt hij deze wijs dat hij de vrijer van de meid is, (f) en hij waarschuwt hem voor dieven. (g) De boer vraagt hem ervoor te zorgen dat een hoeveelheid peren, (g1) appels, die nog buiten staan, in huis gebracht worden; deze steelt hij ook [K307].
Subgenre
mop
Literatuur
V.d. KOOI 1978, 34.

