Beschrijving
(a) Een hongerige poep, (a1) marskramer, (a2) knecht, (b) wedt met een kasteleinsvrouw, (b1) een (zijn) boer, (b2) vrouw, (c) om een stuiver, (c1) dubbeltje, (c2) gulden, (c3) daalder, (c4) brief spelden, (c5) klosje garen, (d) dat hij een grote stapel pannekoeken, (d1) pan worst, helemaal alleen op (leeg) kan eten. (e) Zoals was te voorzien verliest hij, maar hij heeft ter waarde van vele malen het verloren bedrag kunnen eten.
Subgenre
mop
Literatuur
G. Ruuving, in: DWM VI (1978), 49-50.

