Beschrijving
(a) Een knecht, (a1) Jan Hepkes, klaagt er bij zijn werkgever, (b) een boer, (b1) schipper, (b2) schoenmaker, (c) over dat hij vreest dat zijn gezichtsvermogen minder (hij blind) geworden is: hij ziet geen beleg meer op zijn brood, (c1) hij te weinig op zijn brood krijgt. (d) De vrouw van zijn baas neemt dit ter harte en doet er bij de volgende maaltijd (wat meer) kaas op. Nu ziet hij al weer veel beter: nu kan hij al door de kaas heen lezen, (d1) zien [J1561.4.2].
Subgenre
mop
Literatuur
Wube Lamers, Wegen num. 35.

