Beschrijving
(a) Een heer, (a1) bakker, (a2) schoenmaker, heeft zijn knecht geleerd voor alles vreemde, omschrijvende namen te gebruiken. (b) Als de kat een keer brand sticht waarschuwt de knecht zijn baas als volgt (in het Ned.): "Baas der Bazen, sta op van uw (ta)bernakel, (c) trek uw nikkerbokker aan, (d) roep Permonade (zijn vrouw), (d1) Grote Karel Grote (zijn zoon), (e) want Grote Karel Kropus, (e1) Grove Karel Grove (zijn zoon), (e) want Grote Karel Kropus, (e1) Grove Karel Grove, (e2) Karel de Grote (de kat), (f) kwam te dicht bij hete kakkelorum (het vuur), (f1) Hinke Kakkelorus (de kachel), (g) en vluchtte toen naar hoogtoppende berg (de takkenbult), (h) en als u geen hulp vraagt van mooifontein (de pomp, put), (i) gaat heel kasteel Müncho, (i1) van Muntendam (zijn huis), eraan" [J1296,12].
Subgenre
mop
Literatuur
Abrahams 1980 109-111
Briggs 1970 II 178-179.

