Beschrijving
(a) Probleemstelling: Een man, (a1) boer, (a2) Turk, (a3) Arabier, (b) laat zijn 3 zonen, (b1) neven, (b2) knechten, (b3) een neef, achterneef en arbeider, samen, (c) 17, (c1) 7, (c2) 19, (c3) 41, (d) koeien, (d1) paarden, (d2) kamelen, (d3) guldens, na. (e) Hij heeft beschikt dat deze als volgt verdeeld moeten worden: de oudste (nr. 1) de helft, (f) de middelste (nr. 2) een derde, (f1) een kwart, (g) en de jongste (nr. 3) een negende, (g1) een achtste, (g2) vijfde, (g3) zevende. (h) Oplossing: Men komt er eerst niet uit, maar de leerjongen van de notaris, (h1) de notaris, (h2) meester, (h3) een oom, (h4) wijsgeer, (h5) de dominee, (h6) een buurman, (h7) toevallig passerende Arabier, brengt uitkomst. (i) Hij doet een koe, enz., van zichzelf bij de erfenis. Nu kan de verdeling tot ieders tevredenheid plaatsvinden, terwijl er ook nog een koe, enz., overblijft, die naar de eigenaar teruggaat [J1249].
Subgenre
mop
Literatuur
Ausubel 1974 93-94
C. H[emmes], in: S&R 1898, 176 (uit het "Amerikaans")
Schwarzbaum 1968 236-237
V.d. Zweerde 1981 38.

