Beschrijving
(a) Hij werkt bij een boer als knecht en moet van deze het land zo bemesten dat het land de mest "ruikt", (a1) de mesthopen elkaar kunnen "ruiken". (b) Hij rijdt zonder verder iets te doen met de volle wagen mest over het land terwijl hij roept: "Ruik, ruik, ruik!"
Subgenre
mop
Literatuur
Debus 1951 C5, 282-286. Wossidlo-Neumann 1963 95, 190.

