Beschrijving
I. (a) Een bakkersknecht, (a1) schoenmaker, (a2) bedrieger, (a3) man, (b) Krekel, (b1) Tor, geheten, (b2) Bakkersyntsje (= huiskrekel) bijgenaamd, (c) geeft zich uit voor waarzegger, (c1) dokter die alles weet, (c2) kan altijd alle raadsels oplossen [K1956]. II. (a) Hij moet voor een dame, (a1) de koning, uitzoeken (b) wie een diamant gestolen, (b1) wie bij hem ingebroken heeft. (c) Dit op straffe van de dood [H901]. (d) Hij krijgt 3, (d1) 7, dagen bedenktijd. (e) De dieven, 3 lakeien, (e1) 7 rovers, (e2) hovelingen, (f) brengen hem eten, (f1) bespieden hem, om beurten, 3, resp. 7 dagen achter elkaar, en horen hem dan dag voor dag zeggen: "Dit is de eerste, tweede, enz., al". (g) Hij bedoelt eerste, enz. dag, maar zij denken dat hij hij hen door heeft en biechten hem, (g1) de koning, alles op, (g2) brengen het geroofde terug [N611.1]. (h) Hij verraadt hen niet, maar maakt de dame wijs dat een kalkoek de diamant doorgeslokt had, nadat zij hem verloren had. III. (a) De echtegenoot van de dame, die hem niet vertrouwt, (a1) vrienden, (a2) kollega's, (a3) leden van de raad, (b) stopt (stoppen) een krekel, (b1) bakkersyntsje, (b2) tor, (c) achter platen, (c1) onder een bord, (c2) kopje, (c2) in de hand, en dragen hem op te raden wat daar achter (onder, in) zit. (d) Hij weet het niet en zegt: "Nu zit Krekel, enz. vast!" Waarmee hij het raadsel oplost [N688].
Subgenre
mop
Literatuur
Dance 1978 204, 369
A. Dömötör, in: EM III 734-742
Dorson 1967 126-129
Liungman 1961 321-323, 378
Schwarzbaum 1968 54, 451. - De naam Bakkersyntsje voor het eerst in een op Abraham a St. Clara geëntte lezing van W. DIJKSTRA (Iduna III (1847), 185-191, [Bakkers Yntsje. Pater Abraham fon St. Clara fon fieren neifolge] meerdere malen herdrukt [DYKSTRA 1851b, 131-7, DYKSTRA 1900-1904 (1900), 106-112
Waling Dykstra, Jan Krekel, Mentor 5 (1871-2), 193-5]). Cf. ook S.K. FEITSMA, FValm 1894, 152-153.

