Beschrijving
(a) Een boerin, (a1) vrouw, (b) draagt de knecht, (b1) meid, (b2) de knecht van de meid, (b3) haar dochter, op (c) om op een zondag zonder kerktijd, (c1) een dag dat zij weg moet, (d) soep te maken en daar peterselie, (d1) van alles wat, (d2) van alles, in te doen, (d2) die dag maar zult te nemen. (e) Hij (zij) stopt de hond die Fan alles (hwat) heet, (e1) een beeldje van een hond Piterseeltje, in de soep; (e2) zij slachten de hond, die Zult heet [J2462.1].
Subgenre
mop
Literatuur
Bote 1978 133-134
R. Wehse, in: EM II 738-745.

