Beschrijving
(a) Een man, (a1) de verteller, vertelt een droom. (b) "Ik droomde dat ik dood was. (c) Ik, (c1) een man, (d) moest een lange ladder, (d1) trap, beklimmen naar de hemel. Op elke sport (trede) moest ik (hij), (e) in opdracht van een engel, (e1) Petrus, (e2) man, (f) een kruisje, (f1) krijtstreep, zetten (g) voor een van mijn (zijn) leugens, (g1) zonden, (g2) moest ik met een krijtje een van zijn zonden schrijven. (h) Onderweg kom(t) ik (hij) jou (de verteller wijst iemand aan), (h1) een andere man tegen, weer op weg naar beneden: jouw (zijn) krijt was op!"
Subgenre
mop
Literatuur
Baughman 1966 335 J2466.1(a).

