Beschrijving
(a) Een boer, (a1) man, (b) biecht bij de pastoor op dat hij 100 korven, (b1) een wagenvol, (b2) 2 pramen, (c) aardappelen, (c1) hooi, (c2) stro, gestolen heeft. (d) Het waren er (was) eigenlijk maar 80 korven, (d1) 4 kruiwagens, (d2) een pram vol, maar het teveel opgegevene wil hij alsnog stelen.
Subgenre
mop
Literatuur
Dietz 1951 63
Elling 1979 114
De Meyer 1968 nr. 1808*
Wardroper 1970 69-70, 168.

