Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VDK 1810E*    VDK 1810E*   

- "Wie was de vader van de zonen van Noach?"

Een mop (),

Beschrijving

(a) Een dominee, (a1) pastoor, (a2) meester, (b) vraagt een vrouw, (b1) man, (b2) kleermaker, (b3) jongen, (c) op catechesatie, (c1) school, (c2) die koster, (c3) voorzanger, worden wil: (d) "Wie was de vader van de zonen van Noach, (d1) Zebedeus, (d2) van de zoon van Philips V, (d3) wie waren de ouders van Kaïn en Abel, de kinderen van Adam en Eva?" (e) Zij (hij) weet het antwoord niet (f) en krijgt een paar dagen respijt. (g) Haar man, (g1) zijn vrouw, (g2) vader, (g3) dominee zelf, probeert haar (hem) te helpen door het probleem dichter bij huis te brengen: (h) "Onze molenaar, (h1) smid, heeft 3 zonen, (h2) wij hebben 2 kinderen, (h3) Wigle is de zoon van Sierd, wie is (zijn) nu hun (Wigle's) vader (ouders)?" (i) Zij (hij) denkt het nu te begrijpen en brengt (geeft) dominee, enz., het volgende antwoord: "Onze molenaar (i1) smid, (i2) mijn vrouw en ik, (i3) Sierd" [J2713].

Subgenre

mop

Literatuur

Briggs 1970 II 196 = Wardroper 1970 65-66, 166-167 = Zall 1963 127-128
V.d. KOOI 1979a, 90-91
Merkens 1892 116-117, 270
Neumann 1977 281-283
Schwarzbaum 1968 191
Zall 1970 241. IB 41 (1979) 90-1. - *LC 8.10.1992. - Cf. DYKSTRA 1912-13, II, 6-7: In riedling (cf. daarvoor weer Landmann, Jüd. Anekdoten 1983, 179.