Beschrijving
(a) Een dominee ziet tijdens een preek vanaf de preekstoel hoe een visser buiten een dikke vis vangt. Verbaasd roept hij uit: (b) "En Paulus, (b1) Petrus, zie, (b2) en Sara baarde, (c) wat een dikke (d) blei (snoek, baars)! (d1) Waarachtig, een karper! (d2) Ziet de karpers op het veld! (d3) Duivel, dat is een baas!" (e) Hij probeert de situatie nog te redden door er aan toe te voegen: "Zo roepen de zondigen uit, die op zondag vissen, (e1) die de mensen verleiden gaat."
Subgenre
mop
Literatuur
De Haan 1974 180.

