Beschrijving
(a) Een dominee, (a1) ds. Van Apeldoorn, (a2) Ekkeboom, (a3) Van Es, (a4) Rodenburg, (a5) Salmasius, (b) te Boornebergum, (b1) Akkerwoude, (b2) Boerakker, (b3) Eernewoude, (b4) Lutjewoude, (b4) Noordbergum, (b6) Rottevalle, (b7) Surhuisterveen, (b8) De Wilgen, (c) heeft er genoeg van dat zijn eenden, (c1) kippen, (c2) vogels, (c3) konijnen, (c4) appels, (c5) turf, allemaal gestolen worden (wordt) en zegt op een zondag tijdens de preek: (d) "Gemeente, ik zeg niet dat gij dieven zijt, / Maar ik raak wel al mijn eenden, enz., kwijt! (d1) Gister had ik er nog 10 in de sloot, / En nu zijn er al 9 dood." (e) Wetend of vermoedend wie, (e1) dat de schoenmaker, de dader is voegt hij er nog aan toe: (f) "En jij daar met je zwarte haar, / Ik geloof dat jij daar ook bij waar. (f1) Dus, schoenmaker, blijf bij je leest. (f2) En die weet er meer van!" (Ned.).
Subgenre
mop
Literatuur
De Haan 1974 173
Ter Laan z.j. 14.

