Beschrijving
(a) Als een dominee, (a1) kandidaat, (a2) schoolmeester, (a3) voorzanger, (a4) voordrager, (b) preekt, (b1) in de kerk bijbelleest, (b2) voorzingt, (b3) voordraagt, (b4) bij haar op huisbezoek is, (c) begint een oude, (c1) jonge, vrouw, (c2) weduwe, (c3) boerendochter, te huilen. (d) Hij, (d1) zijn vader, vraagt haar later wat haar in zijn (zoon's) preek, enz., dan wel zo ontroerd heeft. (e) Zij antwoordt: "Toen ik u (hem) zo hoorde brullen (loeien, mekkeren) moest ik denken aan mijn (onze) stier, (e1) kalf, (e2) roodbont kalfje, (e3) geitje(s), die (dat) doodgegaan is (zijn) [X436][ (e4) toen ik u zo slecht hoorde preken, moest ik denken aan mijn zoon die ook voor dominee studeert. Stel je voor dat hij het ook zo slecht zou doen, dan was het weggegooid geld!"
Subgenre
mop
Literatuur
Liungman 1961 340, 379
Ranke 1972 122, 184
Schwarzbaum 1968 61, 454
Tubach 1969 nr. 3495
G.N. Visser, It neiskrift by "Utfanhus by de boer". In: UW XV (1966) 19-21.

