Beschrijving
(a) Een dominee heeft de avond, (a1) ochtend, voor een preek gedronken, (a3) drinkt vaak, (b) met de meester, (b1) koster, (b2) een ouderling, (b3) boer, (c) in een kroeg van een zekere Aaltsje(muoi), (c1) Antsjemuoi, (c2) Tryntsje, (c3) Klaske, (c4) Lukas. (d) Hij, (d1) de meester, valt in de kerk in slaap (e) tijdens het zingen, (e1) de preek, (e2) het bijbellezen (f) uit het evangelie van Lucas. (g) De meester (boer), (g1) koster, (g2) de (een) ouderling, (g3) dominee, waarschuwt hem: "Het is uit." (h) Hij schrikt wakker en zegt slaapdronken: "Schenk hem dan maar weer vol, (h1) dan moet Aaltsje(muoi) (Antsjemuoi, Tryntsje, Klaske), (h2) Lucas, hem maar weer volschenken." (i) Hij redt de situatie door hier aan toe te voegen: "...nu ik zie dat gij onschuldig zijt, zei de farao tegen de schenker," en hier vervolgens over te preken.
Subgenre
mop
Literatuur
Cornelissen 1929-37 IV 67
Grüner 1964 298
De Haan 1974 174-175
Ter Laan z.j. 19-20 = Sinninghe 1943 43 nr. 1839*
Wossidlo-Neumann 1963 157, 208.

