Beschrijving
(a) Een pastoor, (a1) kapelaan, (a2) vrijgezelle rentenier, (b) beschuldigt per brief, (b1) voor de burgemeester, (c) een dominee, (c1) de bisschop, (c2) een andere pastoor, (c3) zijn broer, (c4) een timmerknecht, (c5) vriend, die een of meer dagen geleden bij hem op bezoek is geweest (heeft gewerkt) ervan (d) dat hij een beeld(je), (d1) lepel(tje), (d2) vaasje, (d3) wandbord, (d4) snuifdoos, bij hem weggenomen heeft. (e) De beschuldigde schrijft terug, (e1) antwoordt (komt vertellen), (f) dat hij het vermiste in het bed van de huishoudster van de pastoor, enz., gelegd heeft, en bewijst hiermee, (f1) de meid stopt een beeldje in het bed van de huishoudster van de pastoor en komt zo te weten, dat de huishoudster bij de pastoor, enz., slaapt.
Subgenre
mop
Literatuur
Bodens 1937 290
Entjes & Brand 1976 23-24
Grüner 1964 108, 296-297
Hekscher 1970 266
Merkens 1892 145, 272
Ranke 1972 125, 186
Wossidlo-Neumann 1963 83, 186.

