Beschrijving
(a) Een veearts, (a1) wonderdokter, (a2) man, (a3) Woudman, (a4) de vrijer van de meid, (b) wordt door een boer bij een zieke koe geroepen, (b1) biedt aan naar het zieke dier te kijken. (c) Hij laat de boer, (c1) een knecht, het dier (d) in de bek, (d1) onder de staart, kijken, (e) en er een lantaarn bijhouden, (f) terwijl hijzelf, (f1) de boer, aan de andere kant kijkt, (g) met een lantaarn. (h) Als de ander hem (de boer, het licht) niet door het beest heen kan zien, verklaart hij de oorzaak van de ziekte gevonden te hebben: de koe is verstopt, (h1) heeft een kronkel in de darmen.
Subgenre
mop
Literatuur
A. de Cock, in: Volkskunde 17 (1905) 23
Dietz 1951 100
Elling 1979 111
Ter Laan z.j. 33.

