Beschrijving
(a) Een man, (a1) jongen, (a2) hooier, (a3) bunzingjager, (a4) Feitse Brants, wordt aangevallen door een stier. (b) Hij smijt het dier eerst een vuursteen, (b1) keisteen, (b2) stuk ijzer, de bek in, daarna snel een (andere) vuursteen het achterwerk in. De stenen (de steen en het ijzer) slaan in de stier tegenelkaar en maken vuur, waarna het beest verbrandt.
Subgenre
mop
Literatuur
Münchhausen 22-23. Baughman 1966 468 X1124 (e)
Henßen 1951 153
R. Lambrechts, in: Volkskunde LV (1954) 120
Randolph 1952 113-115, 212.

