Hoofdtekst
De nieuwe bisschop zou komen. Veel volk van buiten toog naar de stad. Ook een dienstbode. Doch hoe den bisschop te herkennen?
"Wel, die heeft een muts op."
Zij kwam een huzaar tegen. Die had een muts op.
"Is u de bisschop en wil u mij wijden?"
"Met plezier, lieve kind."
De meid kwam thuis.
"Heb je de bisschop gezien?"
"Nou! Hij heeft me gewijd ook; het wijwater zit nog tusschen mijn beenen."
"Wel, die heeft een muts op."
Zij kwam een huzaar tegen. Die had een muts op.
"Is u de bisschop en wil u mij wijden?"
"Met plezier, lieve kind."
De meid kwam thuis.
"Heb je de bisschop gezien?"
"Nou! Hij heeft me gewijd ook; het wijwater zit nog tusschen mijn beenen."
Beschrijving
Dienstbode aan wie verteld is dat de bisschop een muts draagt, denkt dat een huzaar met een muts op de bisschop is. Zij vraagt hem of hij haar wil wijden, hij stemt toe. De meid vertelt thuis dat ze de bisschop heeft gezien en haar heeft gewijd.
Bron
Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
28 november 1899
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21