Hoofdtekst
Een ongetrouwd heer had ook een voorspellende geest. Hij was een oppassend man, en had een oude huishoudster.
Toen hij 's avonds laat uit de sociëteit kwam, zei de meid tegen hem: "Mijnheer, er is volk in huis. Ik heb het gehoord, haal gauw de politie."
"Neen," zei hij, "ik wil geen politie in mijn huis hebben. Ik zal zelf kijken."
Hij ging rechtvoort naar de kamer waar de dief was en vroeg barsch: "Wat mot je?"
De ander was beduusd en stond te trillen.
"Ga mee," zei de heer, "en vertel waarom je hier kwam."
De dief was geheel confuus en zei geen woord. Eindelijk kwam er verlegen uit, dat hij hem had willen bestelen en daarna vermoorden.
"Ziezoo," zei de heer, "dan zal ik je een fooi geven, maar beloof dat je het nooit meer zult doen."
De dief vertrok. De meid was niets gesticht dat het zoo afliep en deed den heer allerlei verwijtings dat ze geen politie had mogen halen.
"Och," zei de heer, "hij zal zonder mij ook wel aan de galg komen."
Een poos later zit hij met de meid op de stoep van zijn huis. Zijn buurman kwam naar hem toe en vertelde dat er een persoon gevat was wegens moord en nu eerstdaags opgehangen zou worden.
"Zie je nu wel," zei de heer tegen de meid.
Aangezien de meid het geval niet gezwegen had, moest de heer later nog boete betalen, omdat hij een gevaarlijk roover had laten loopen.
(Beets)
Toen hij 's avonds laat uit de sociëteit kwam, zei de meid tegen hem: "Mijnheer, er is volk in huis. Ik heb het gehoord, haal gauw de politie."
"Neen," zei hij, "ik wil geen politie in mijn huis hebben. Ik zal zelf kijken."
Hij ging rechtvoort naar de kamer waar de dief was en vroeg barsch: "Wat mot je?"
De ander was beduusd en stond te trillen.
"Ga mee," zei de heer, "en vertel waarom je hier kwam."
De dief was geheel confuus en zei geen woord. Eindelijk kwam er verlegen uit, dat hij hem had willen bestelen en daarna vermoorden.
"Ziezoo," zei de heer, "dan zal ik je een fooi geven, maar beloof dat je het nooit meer zult doen."
De dief vertrok. De meid was niets gesticht dat het zoo afliep en deed den heer allerlei verwijtings dat ze geen politie had mogen halen.
"Och," zei de heer, "hij zal zonder mij ook wel aan de galg komen."
Een poos later zit hij met de meid op de stoep van zijn huis. Zijn buurman kwam naar hem toe en vertelde dat er een persoon gevat was wegens moord en nu eerstdaags opgehangen zou worden.
"Zie je nu wel," zei de heer tegen de meid.
Aangezien de meid het geval niet gezwegen had, moest de heer later nog boete betalen, omdat hij een gevaarlijk roover had laten loopen.
(Beets)
Beschrijving
Man ziet van te voren dat de dief in zijn huis ooit zal worden opgehangen. Hij vraagt wat de man van plan is geweest, geeft hem een fooi en laat hem beloven het niet meer te doen, en laat de dief gaan. De man moet een boete betalen omdat hij de rover niet heeft aangegeven.
Bron
Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
2 oktober 1901
Informant uit Beets
Bewerkte publicatie: G.J. Boekenoogen: `Nederlandsche sprookjes en vertelsels', in: Volkskunde 19 (1907-1908), p.25-26.
Bewerkte publicatie: G.J. Boekenoogen: `Nederlandsche sprookjes en vertelsels', in: Volkskunde 19 (1907-1908), p.25-26.
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21