Hoofdtekst
Gehoord van een oude buurman in 1974 en volgens hem echt gebeurd.
Een marskramer kwam bij een boer en vroeg of hij er mocht overnachten. Dat mocht en nog wel in de beddestee.
Het was in de slachttijd en op de beddeplank stond een pot bloed om de volgende dag bloedkoek van te maken.'s Nachts moest de marskramer naar de WC maar zag de pot staan en in het donker deed hij hier zijn behoefte op. De andere dag was hij al vroeg vertrokken.
De volgende morgen komt de boerin bij de bedstee en ziet tot haar grote schrik dat deze onder het bloed zit. Ze denkt: die man heeft een bloeding gehad en zien we nooit meer terug.
Een half jaar later staat de marskramer weer voor de deur.
De boerin schrikt en zegt: "Leef je nog?"
"Ja, gelukkig wel," zegt de verbaasde marskramer, "hoe zo dan?"
"O," zegt de boerin, "de vorige keer toen je hier was, zat de hele beddestee onder het bloed."
"O ja?? O," zegt de marskramer, "nou weet ik het weer; ik moest zo nodig en 't was pikkedonker en ik voelde de pot staan en dacht dat die er voor stond en heb ik het daar in gedaan."
"O nee toch," zegt de boerin, "daar hebben wij de volgende dag bloedkoek van gemaakt..."
(sorry, beetje vies)
Een marskramer kwam bij een boer en vroeg of hij er mocht overnachten. Dat mocht en nog wel in de beddestee.
Het was in de slachttijd en op de beddeplank stond een pot bloed om de volgende dag bloedkoek van te maken.'s Nachts moest de marskramer naar de WC maar zag de pot staan en in het donker deed hij hier zijn behoefte op. De andere dag was hij al vroeg vertrokken.
De volgende morgen komt de boerin bij de bedstee en ziet tot haar grote schrik dat deze onder het bloed zit. Ze denkt: die man heeft een bloeding gehad en zien we nooit meer terug.
Een half jaar later staat de marskramer weer voor de deur.
De boerin schrikt en zegt: "Leef je nog?"
"Ja, gelukkig wel," zegt de verbaasde marskramer, "hoe zo dan?"
"O," zegt de boerin, "de vorige keer toen je hier was, zat de hele beddestee onder het bloed."
"O ja?? O," zegt de marskramer, "nou weet ik het weer; ik moest zo nodig en 't was pikkedonker en ik voelde de pot staan en dacht dat die er voor stond en heb ik het daar in gedaan."
"O nee toch," zegt de boerin, "daar hebben wij de volgende dag bloedkoek van gemaakt..."
(sorry, beetje vies)
Beschrijving
Een marskramer mag op een boerderij in de bedstee overnachten. Op de beddeplank staat een pot met bloed om bloedkoek van te maken, maar de marskramer gebruikt de pot als nachtspiegel. Vroeg vertrekt de marskramer weer. Als de boerin ziet dat de bedstee onder het bloed zit, denkt ze dat de marskramer een bloeding heeft gehad en dat ze hem wel nooit meer terug zullen zien. Een half jaar later staat hij echter weer voor de deur. De boerin vertelt dat ze dacht dat hij dood was, en dan doet de marskramer de ware toedracht uit de doeken. De boerin schrikt: van de inhoud van de pot hebben ze nog gewoon bloedkoek gemaakt.
Bron
Vragenlijst no. 62 (1991) Meertens Instituut, Volkskunde, vraag 3, formulier G 139
Commentaar
1991; het verhaal is gehoord in 1974
H. Podde (geb. 1946) hoorde het verhaal van een oude buurman.
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22