Hoofdtekst
Soep en brandstof
Dit verhaal speelt in een tijd dat de centrale verwarming nog nauwelijks bestond. In het belastingkantoor stookte men dan ook enorme vulkachels met cokes.
Nu moest mijn schoonvader zich bij de inspecteur der belastingen melden om een en ander toe te lichten omtrent de omzet van zijn bedrijf.
Hij was nog niet direkt aan de beurt dus nam hij plaats in de wachtkamer, waar een immense vulkachel stond te loeien om de winterkou buiten de deur te houden. Naast de kachel stond een emmer cokes.
Terwijl hij zat te wachten keek hij eens rond. Zijn oog viel op een linnen zakje dat tegen een stoelpoot stond. Waarschijnlijk van iemand die nu bij de inspecteur zat.
Nieuwsgierig geworden keek hij in het zakje. Het was gevuld met soepbenen, bestemd om bouillon van te trekken.
Omdat hij altijd te porren was voor een geintje, schoot hem plotsklaps iets te binnen.
Hij kieperde de soepbenen in de brandende kachel en vulde het linnen zakje met cokes. Daarna stond het zakje, alsof er niets gebeurd was op z'n zelfde plekje.
De eigenaar van het zakje kwam uit het kantoor en vertrok met het linnen zakje zonder iets te merken.
Daarna handelde m'n schoonvader z'n zaken af bij de inspecteur.
Toen hij vertrok viel het hem op dat het in de wachtkamer zo eigenaardig rook.
Hoe de soep smaakte heeft hij nooit vernomen.
Dit verhaal speelt in een tijd dat de centrale verwarming nog nauwelijks bestond. In het belastingkantoor stookte men dan ook enorme vulkachels met cokes.
Nu moest mijn schoonvader zich bij de inspecteur der belastingen melden om een en ander toe te lichten omtrent de omzet van zijn bedrijf.
Hij was nog niet direkt aan de beurt dus nam hij plaats in de wachtkamer, waar een immense vulkachel stond te loeien om de winterkou buiten de deur te houden. Naast de kachel stond een emmer cokes.
Terwijl hij zat te wachten keek hij eens rond. Zijn oog viel op een linnen zakje dat tegen een stoelpoot stond. Waarschijnlijk van iemand die nu bij de inspecteur zat.
Nieuwsgierig geworden keek hij in het zakje. Het was gevuld met soepbenen, bestemd om bouillon van te trekken.
Omdat hij altijd te porren was voor een geintje, schoot hem plotsklaps iets te binnen.
Hij kieperde de soepbenen in de brandende kachel en vulde het linnen zakje met cokes. Daarna stond het zakje, alsof er niets gebeurd was op z'n zelfde plekje.
De eigenaar van het zakje kwam uit het kantoor en vertrok met het linnen zakje zonder iets te merken.
Daarna handelde m'n schoonvader z'n zaken af bij de inspecteur.
Toen hij vertrok viel het hem op dat het in de wachtkamer zo eigenaardig rook.
Hoe de soep smaakte heeft hij nooit vernomen.
Beschrijving
Een man zit in de wachtkamer van de belastinginspecteur. Hij ziet een linnen zakje met soepbenen staan. Hij gooit de soepbenen in de loeiende vulkachel, en vult het zakje met cokes. De eigenaar neemt het zakje mee zonder iets te merken. Na het bezoek aan de inspecteur, merkt de man dat het in de wachtkamer eigenaardig is gaan ruiken.
Bron
Vragenlijst no. 62 (1991) Meertens Instituut, Volkskunde, vraag 3, formulier I 069
Commentaar
1991
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22