Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBAK0234

Een sprookje (mondeling), woensdag 02 oktober 1901

Hoofdtekst

Ja, nou wil ik je nog wel een stukkie vertelle, maar deer ken ik het begin niet van.
Deer was ers zoo'n hooge, zoo'n overste zel ik maar zegge, en die woonde op een buitenplaas. Die had een huishoudster waar ie veul van hield en die had emaakt dat er een stuk of wat roovers epakt ware.
Dat begin is eigelijk langer, maar dat ben ik vergete.
Nou goed dan. De roovers ware natuurlijk kwaad en beslote wraak te nemen. Nou moest er voor die heer een huis ebouwd worre en toe vroeg ien van die roovers of ie argietekt mogt weze. Dat gong an. Nou, omdat het een groot stuk weide was, was ie er wel anderhalf jaar mee bezig. In die tijd maakt ie kennis met de huishouster, en dat liep zoo ver dat ie anslag met er maakte en het vaste verkeering wier.
Toe dan het huis zoo omme en bij klaar was, zeit ie teuge der: "We moste ders same uitrije gaan voor een nacht."
Zij wou natuurlijk wel en toe bracht ie er na een groot kasteel waar de andere roovers ware. Deer wier ze egooid en eslage en op 't lest stopte ze der in een hol. Toe ze deer zat, hoorde ze de roovers dillebereere wat nou verder te doen stond. Ieder wou wat aars: ze konne het maar niet eens worre.
Jonge, docht ze, ik mag wel make dat ik vort kom. En zij vlucht door een riool waar ze net deur kon. Nou was het gelukkig lichte maan, zoodat ze een endje van der af kon zien en zoo kon ze in de verte een wage met strooi onderscheije. Zij daar heen, maar die voerman was niks op er esteld, omdat ze zoo vies en smerig was, maar toe ze zei wie ze was, wou ie wel een plaassie inruime. Hij stopte der dus onder het strooi. Maar daar kwamme de roovers.
"Hé, maat, heb je niks ezien?"
Nee, hij had niks ezien. Of ie dan niks van een vrouwspersoon bemerkt had; die most hem toch voorbijpasseere, dat kon niet aars.
"O," zeit ie, "mien je dat? Ja, er is me een stinkend spook voorbij egaan die kant op."
De roovers vort natuurlijk en zullie de are kant op. Zoo kwamme ze bij de overste. De voerman klopt en vraagt of ie ook om stroo begaan is? Nee, hij most maar deur gaan. Nou, of ie dan niet ers kijke wou, want er zat wat in het stroo waar ie veel van hield. Affijn dan, en toe zag ie dat het zijn huishouster was. Zij wier dadelijk verschoond, maar wier natuurlijk ziek van de alterasie. Maar ze had toch nog zooveel besef, dat ze alles uit kon legge en toe wiere ze allemaal epakt. Die argitekt is nooit om zen geld ekomme.
Ja, het spijt me dat ik het niet heelemaal ken.

Onderwerp

SINAT 0999 - Andere Räubergeschichten    SINAT 0999 - Andere Räubergeschichten   

Beschrijving

Huishoudster van een man zorgt voor het oppakken van een rover. Eén van de bendegenoten werpt zich op als de architect van het nieuwe huis, en weet de huishoudster voor zich te winnen. Tijdens een gezamenlijk ritje brengt hij haar naar een kasteel waar de andere rovers zijn. Ze mishandelen haar, beraadslagen over wat ze met haar zullen doen. De vrouw die via het riool ontsnapt, wordt door een voerman van een wagen onder het stro meegenomen. De rovers die hem onderweg vragen of hij een vrouw heeft gezien stuurt hij de andere kant op. Hij rijdt naar het huis van haar baas, die hem vertelt geen stro nodig te hebben. De voerman zegt hem dat er wat in het stro zit waar hij veel van houdt. De vrouw vertelt alles, waarop de rovers worden gepakt.

Bron

Collectie Bakker (Arcief Meertens Instituut)

Commentaar

2 oktober 1901
Mogelijk gaat het hier om een versie van AT 0955, The Robber Bridgegroom / ATU 0955, The Robber Bridgegroom ?
Andere Räubergeschichten

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21