Hoofdtekst
"Dat is er een," zei die met een zucht.
Hij bedoelde: dat is één dag, en ik weet nog niks.
Maar de knecht die er an debet was, zei tegen zijn maats: "Hij weet het al. Ik gaan niet meer na binnen. Op avontuur loop ik er tegen an en dan ben ik binnen."
Dus most nummer twee hem den volgenden dag bedienen.
Toe ie binnen kwam, zei de boer: "Dat is de tweede al."
Hij bedoelde natuurlijk weer: de tweede dag.
Maar de tweede knecht, die ook in 't complot was, trok dat ook weer an, en zei met een verschrikt gezicht teuge zijn maats: "Hij weet alles. Mijn heb ie ook al angewezen. Het zal - dunkt mijn - maar het beste wezen om alles te bekennen, en te vragen of ie ons wil helpen."
De derde dag gong dus de derde heen, en toe de boer weer zei: "Dat is de derde", openbaarde nie alles en verzocht of ie hun niet verklappen wou.
Dat beloofde de boer, maar dan mosten ze de ring opgeven. Toe ie die goed en wel had, kreeg ie praatjes en beloofde heel deftig voorspraak.
"Nou mot jullie den maar ers zegge, waar de koning zoo geregeld gaat."
Nou, hij kwam dan wel ers bij de kippen.
"Mooi," zeit ie, "dan zel ik zegge dat de kalkoen hem opgeslokt heb."
Dat gebeurde. Hij zei teuge de koning dat geen mensche hem bestolen hadde, maar dat de kalkoensche haan den ring had ingeslikt. Hij zou die slachten en de ring weerom brengen.
Zoo gezeid, zoo gedaan, en jandorie, hij komt met de ring weerom. Dat zaakie was dus mooi bered, maar de koning was ook niet van één winter en geloofde alles maar zoo niet, dat die hiel hem in de gaten. Nou had ie wat uit ehaald - wat, dat weet ik niet precies meer, maar hij zou dood emaakt worden.
Maar na lang smeeken zei de koning teugen hem: "Nou, ik weet goed raad. Hier heb ik een dichte schaal, en deer is wat in. As je nou binnen drie uur kenne zegge wat er in is, dan ben je vrij. Zoo niet, dan wor je opehange."
Nou heette de boer van zijn eigen Kriek. Omdat die docht dat ie het toch niet raden zou, wou ie wegloopen en zei:
"Kriekie zit gevange
En Kriekie die mot hange."
"Net zoo," zei de koning: "Der ben kriekies in. Nou ben jij vrij en nou geloof ik dat je een echte waarzegger ben."
Je moet weten: er ware van die beessies in, die je in een bakkersoven heb en die kriekies heeten.
(D. Schuurman)
Onderwerp
AT 1641 - Doctor Know-All   
ATU 1641 - Doctor Know-All.   
Beschrijving
Bron
Motief
K1956 - Sham wise man.   
N611.1 - Criminal accidentally detected: “that is the first”--sham wise man.   
N688 - What is in the dish: “Poor Crab”.   
K1956.2 - Sham wise man hides something and is rewarded for finding it.   
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Kriek   
Kriekie   
