Hoofdtekst
Een gierige boer heb ers de diender late wake.
Toe bleve we stiekem weg, maar omdat die ook niks kreeg voor zijn moeite, zeidie op lest: "Nou mannen, er is geen onraad, dus ik smeer hem."
Een poos later sloeg ie met een dikke stok, die die bij hem had, zelf den ruit in, en hij vort. Ze hebbe nooit ewéte dat de diender het zelf edeen had.
(Uitdam)
Toe bleve we stiekem weg, maar omdat die ook niks kreeg voor zijn moeite, zeidie op lest: "Nou mannen, er is geen onraad, dus ik smeer hem."
Een poos later sloeg ie met een dikke stok, die die bij hem had, zelf den ruit in, en hij vort. Ze hebbe nooit ewéte dat de diender het zelf edeen had.
(Uitdam)
Beschrijving
Gierige boer laat een diender waken om diefstal bij een bruiloft te voorkomen. De diender gaat weg als hij niets krijgt, en slaat een ruit in.
Bron
Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
2 april 1903
Informant uit Uitdam (roeier)
Plaats van Handelen
Uitdam (Noord-Holland)   
Kloekenummer in tekst
E107b   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
