Hoofdtekst
Mirakel Amsterdam: stervend meisje; laatste oliesel; auwel uitgebraakt; in 't vuur terecht; kwam engel uit.
(Broek)
(Broek)
Onderwerp
SINLEG 0218 - Die Hostie ins Feuer geworfen brennt nicht.   
Beschrijving
Een stervend meisje krijgt het laatste oliesel, de ouwel die ze uitbraakt komt in het vuur terecht waaruit een engel komt.
Bron
Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
29 juli 1903
Deze versie wijkt nogal af van de `orthodoxe' legende van het Mirakel van Amsterdam. Meestal gaat het zo: een man ligt op sterven en ontvangt de laatste sacramenten. De zieke braakt even later de hostie weer ongeschonden uit. Volgens katholiek voorschrift wordt de hostie in het vuur geworpen. De volgende ochtend wordt de hostie intact in de haard teruggevonden. De priester wordt erbij gehaald, en hij probeert de hostie mee te nemen. De hostie keert echter meerdere malen op miraculeuze wijze terug naar de Heilige Stede. Zodra het wonder wereldkundig wordt gemaakt, bouwt men op de plaats van het woonhuis een kapel, die jaarlijks vele bedevaartgangers trekt. De Stille Ommegang te Amsterdam herinnert nog steeds aan het Amsterdamse hostiewonder. De Heilige Stede is inmiddels afgebroken; slechts een zuil in de nabijheid herinnert nog aan de plek. Eén van de eersten die over het hostiewonder schreef was Willem van Hildegaersberch in zijn sproke Vanden sacramente van Aemsterdam. Zie ook T. Meder: Sprookspreker in Holland. Amsterdam 1991, p.100-103, 329-330, 461-462.
Die Hostie ins Feuer geworfen brennt nicht
Naam Locatie in Tekst
Amsterdam   
Plaats van Handelen
Amsterdam (Noord-Holland)   
Kloekenummer in tekst
E109p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
