Hoofdtekst
Een jongen vrijde naar een meisje. Hij vroeg en kreeg permissie om 's avonds als de ouders naar bed waren nog een poos bij haar te mogen opzitten, maar onder voorwaarde dat hij voor twaalven zou vertrekken. Eens verlaatte hij zich bij ongeluk. Klokslag twaalf viel zijn meisje flauw, werd marmer wit en wat hij ook deed er was geen leven in te krijgen. Hij bedekte daarop haar gelaat met een zakdoek en ging de ouders waarschuwen. Die namen de zaak heel kalm op en raadden hem alleen aan den zakdoek weg te halen. Dat vond hij vreemd en wou er dus eerst gaarne meer van weten. Toen hij goed keek zag hij een bromvlieg al om den zakdoek heenvliegen en toen hij dien verwijderde, vloog de vlieg in den mond van het meisje, dit begon teekenen van leven te geven en was na een korten poos weer normaal. Zij was blijkbaar een kol, de vlieg haar geest en de jongeling had verder geen lust in het huwelijk.
(C. Bakker: `Iets over kollen en belezen', in: Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde 39 (1903), p.690)
(C. Bakker: `Iets over kollen en belezen', in: Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde 39 (1903), p.690)
Onderwerp
SINSAG 0591 - Die Seele der Hexe verlässt den Körper in Tiergestalt (als Lichtlein)
  
Beschrijving
Jongen die merkt dat om klokslag twaalf uur zijn meisje buiten bewustzijn raakt, legt een zakdoek over haar gezicht en waarschuwt haar ouders. Op hun raad haalt hij de zakdoek weg, waarbij hij ziet dat een bromvlieg de mond van het meisje in vliegt. Het meisje komt bij. Ze is blijkbaar een kol, de vlieg haar geest.
Bron
C. Bakker: `Iets over kollen en belezen', in: Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde 39 (1903), p.690.
Commentaar
1903
Informant uit Zuiderwoude
Zie ook CBAK0170.
Zie ook CBAK0170.
Die Seele der Hexe verlässt den Körper in Tiergestalt
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
