Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBAK0559

Een sage (tijdschriftartikel), 1922

Hoofdtekst

Een heer had schepen op zee. Achtereenvolgens kwamen allen behouden binnen, op één na. Dat was weg en bleef weg. Zijn vrouw ried hem aan om naar de waarzegster te gaan en daar te gaan hooren wat de oorzaak daarvan kon zijn. Hij had daar geen zin in, omdat hij niet aan de uitspraken van waarzegsters geloofde. Maar omdat het schip maar steeds weg bleef en zijn vrouw hem bovendien al maar aan zijn hoofd zeurde, gaf hij ten slotte toe en begaf zich naar het opgegeven adres. Zoodra hij de kamer bij haar binnenkwam zei het wijf:
"Jij komt ook niet uit je zelf, jij wordt gestuurd om eens te vernemen naar je laatste schip. Nou tot op dit oogenblik ging het er goed mee, maar van nu af zal het averij krijgen en vergaan, omdat jij niet in mijn kunst geloofde."
Inderdaad is het schip vergaan en bij navraag, aan later thuisgekomen, geredde manschappen, bleek hem, dat zijn schip vergaan was op den dag en het uur, dat hij naar de waarzegster geweest was.
(C. Bakker: `Geesten- en heksengeloof in Noord-Holland boven het IJ', in: De Gids 1922, p.112-113)

Beschrijving

Reder gaat uit ongeloof eerst niet in op de raad van zijn vrouw om bij een waarzegster te horen wat de oorzaak is van het wegblijven van één van de schepen. Na lang aandringen van haar gaat hij toch, maar de waarzegster zegt hem meteen dat hij niet uit zichzelf is gekomen. Ze voorspelt dat het schip van nu af aan averij zal krijgen en vergaan. Dat komt uit, en bij navraag blijkt dat het schip is vergaan op de dag en het uur dat hij bij de waarzegster was.

Bron

C. Bakker: `Geesten- en heksengeloof in Noord-Holland boven het IJ', in: De Gids 1922, p.112-113.

Commentaar

1922
Zie verder CBAK0409.

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20