Hoofdtekst
Die zelfde man vertelde mij, hoe men te weten is gekomen, dat N.N. een kol was.
Toen ze alle nachten op de paarden van C.H. reed, die op de nu gesloopte oude boerenplaats gewoond heeft, gingen wij op een goeden keer onder het weivat zitten met een kaars bij ons. Toen we hoorden, dat de kol goed aan den gang was, gaven we een trap tegen het weivat; toen was het in eens licht en was ze betrapt. Doe je dat niet gauw en strijk je bijvoorbeeld eerst een lucifer af, dan is ze weg voor je haar gezien hebt. En wat zagen we: een gedaante als van N.N. en toch weer niet als N.N., zooals ze in haar gewonen doen was. Omdat ze betrapt was, kon ze niet van het paard afkomen, waarop ze zat te rijden en vroeg ze ons, om het licht weg te halen. Op 't laatst lieten we ons vermurwen, maar dan moest ze ons beloven, net zóó weg te gaan, als ze gekomen was. Dat deed ze en toen bliezen we het licht uit en zagen in den schemer net nog, dat ze zich in een rot veranderde en door het iergat weg ging. Zoo zijn we het te weten gekomen.
(C. Bakker: `Geesten- en heksengeloof in Noord-Holland boven het IJ', in: De Gids 1922, p.280-281.)
Toen ze alle nachten op de paarden van C.H. reed, die op de nu gesloopte oude boerenplaats gewoond heeft, gingen wij op een goeden keer onder het weivat zitten met een kaars bij ons. Toen we hoorden, dat de kol goed aan den gang was, gaven we een trap tegen het weivat; toen was het in eens licht en was ze betrapt. Doe je dat niet gauw en strijk je bijvoorbeeld eerst een lucifer af, dan is ze weg voor je haar gezien hebt. En wat zagen we: een gedaante als van N.N. en toch weer niet als N.N., zooals ze in haar gewonen doen was. Omdat ze betrapt was, kon ze niet van het paard afkomen, waarop ze zat te rijden en vroeg ze ons, om het licht weg te halen. Op 't laatst lieten we ons vermurwen, maar dan moest ze ons beloven, net zóó weg te gaan, als ze gekomen was. Dat deed ze en toen bliezen we het licht uit en zagen in den schemer net nog, dat ze zich in een rot veranderde en door het iergat weg ging. Zoo zijn we het te weten gekomen.
(C. Bakker: `Geesten- en heksengeloof in Noord-Holland boven het IJ', in: De Gids 1922, p.280-281.)
Onderwerp
SINSAG 0781 - Mahr im Stall ertappt. Gelübde nicht wieder zu kommen. (Erlösung).   
Beschrijving
Dat een vrouw een kol is ontdekt toen ze op een nacht weer op de paarden van een boer reed. Mannen hebben zich met een brandende kaars onder een weivat verborgen, en trappen tegen het vat als ze bezig is. Het wordt licht, de vrouw is zichtbaar en kan door het licht niet van het paard komen. Ze ;aten haar gaan tegen de belofte dat ze weggaat zoals ze is gekomen. Na het uitblazen van de kaars is nog net te zien dat ze zich in een rat verandert en weggaat.
Bron
C. Bakker: `Geesten- en heksengeloof in Noord-Holland boven het IJ', in: De Gids 1922, p.280-281.
Commentaar
1922
Zie ook CBAK0474. De kol N.N. is Mie Roele, boer C.H. is Cornelis Honigh alias Roode Kees Honigh. De zegsman is Jan Lof.
Mahr im Stall ertappt
Naam Overig in Tekst
N.N. [Mie Roele]   
C.H. [Cornelis Honigh   
Roode Kees Honigh]   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
