Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SINVS029 - De vos en de wolf

Een sprookje (boek), (foutieve datum)

Hoofdtekst

DE VOS EN DE WOLF
De wolf was bij de vos komen inwonen; dat vond Reintje niet prettig, maar wat kon hij eraan doen? Weigeren ging niet; de wolf was veel te sterk. Nu was het gedaan met zijn vrije leven; hij moest voortaan dansen naar de pijpen van de wolf.
Op een keer zei de wolf tegen de vos: "Rooie, jij moet zorgen dat ik wat te eten krijg, want ik heb honger; anders eet ik jou op."
"Wel, dat treft goed," antwoordde de vos. "Ik weet een boerderij, waar een schaap met een paar lammetjes in een hok zit. Als je trek hebt, haal ik er een voor je uit."
"Dat hoef je niet te vragen. Ik heb je toch gezegd, dat ik honger heb!"
Samen gingen ze er op af en de vos haalde een lam uit het hok en bracht het naar de wolf. In drie tellen slokte die het diertje naar binnen en toen hij het op had, wilde hij het andere lam ook nog hebben. Maar de vos was in geen velden of wegen meer te bekennen. Als hij het lam hebben wou, moest de wolf het zelf maar gaan halen. Dat deed hij dan ook, maar dat ging zo lomp en onbeholpen, dat de boer hem in de gaten kreeg en met de knecht op het lawaai afkwam. Zij hadden allebei een dikke knuppel in de hand en daarmee sloegen ze de wolf zo hardhandig, dat hij jankend bij de vos terugkwam.
"Daar heb je mij ook wat moois geleverd," snauwde hij. "Ik wilde het andere lam ook halen en toen heeft de boer mij zo toegetakeld, dat ik blij ben er levend te zijn afgekomen."
"Waarom ben je ook zo gulzig? Je wilt altijd het onderste uit de kan hebben," antwoordde de vos.
De volgende dag had de wolf weer honger en zei: "Je moet zorgen, dat ik wat te eten krijg, anders eet ik jou op."
"Ik zal ervoor zorgen, ga maar mee. Ik weet een boerderij, waar de boerin pannekoeken heeft gebakken; daar lust je wel wat van, is het niet?"
"Nou en of, haal er maar gauw wat."
De vos liep eerst om het huis heen en had al gauw in de gaten waar de pannekoeken lagen. Hij haalde er 'n stuk of wat en bracht ze naar de wolf; daarna liep hij een eindje het bos in. De wolf had die paar pannekoeken in een ommezien verorberd en toen wilde hij er meer hebben.
"Waar zou die vos nu weer zitten?" bromde hij in zichzelf. "Die is ook altijd weg, als ik hem nodig heb. Nu moet ik er zelf weer op uit. Maar ik zal heel voorzichtig zijn, dat het mij niet vergaat zoals gisteren."
Hij legde zijn voorpoten op tafel, en greep de pannekoeken, maar daarbij trok hij ook de schotel omver, die in gruzelementen op de vloer viel. Dat maakte zo'n leven dat de boer erop afkwam en de wolf zo ongemakkelijk toetakelde, dat hij naar het bos terug moest strompelen.
"Jij bent me ook een mooie," zei hij. "Ze hadden me bijna doodgeslagen."
"Waarom ben je ook zo'n veelvraat," antwoordde de vos.
De derde dag had de wolf weer trek. "Vos, ik moet wat te eten hebben, ik verga van de honger!" riep hij.
"Ik kan je wel aan iets eetbaars helpen," zei de vos. "En aan wat lekkers ook. Ik weet een boer te wonen, die pas geslacht heeft. In de kelder is het vlees ingezouten. Daar zal ik wat van halen."
"Neen," zei de wolf, "nu ga ik met je mee, dan kan ik tenminste eens behoorlijk veel eten."
Ze kropen door het raampje en gingen van het vlees eten.
"Dat smaakt nog 's," zei de wolf. "Ik ga hier vooreerst niet vandaan."
En hij at en at. De vos at ook wat hij kon, maar iedere keer liep hij naar het kelderraam en probeerde of hij er nog door kon.
"Waarom kruip je toch iedere keer door dat gat?" vroeg de wolf.
"Ik ga kijken of er onraad is, eet maar lekker door."
"Dat doe ik," zei de wolf. "Ik ga hier niet vandaan voordat de kuip leeg is" en hij at verder.
Maar de boer had in de kelder gestommel gehoord en ging eens kijken wat er te doen was.
"Daar heb je de boer," zei de vos en met één sprong was hij door het raam naar buiten.
De wolf hem achterna, maar die had zoveel gegeten, dat hij zich niet meer door het raampje naar buiten kon werken.
Halverwege bleef hij steken en de boer sloeg hem net zo lang met de bezemsteel, tot hij goed en wel dood was. De vos vond dat uitstekend; nu was hij bevrijd van die slokop, die de baas over hem speelde.
(Gelderland)

Onderwerp

AT 0041 - The Wolf Overeats in the Cellar    AT 0041 - The Wolf Overeats in the Cellar   

ATU 0041 - The Wolf Overeats in the Cellar.    ATU 0041 - The Wolf Overeats in the Cellar.   

VDK 0041 - The Wolf Overeats in the Cellar    VDK 0041 - The Wolf Overeats in the Cellar   

Beschrijving

Een wolf wil dat een vos eten voor hem haalt, anders zal de wolf hem opeten. De vos brengt hem een lam. De wolf wil een tweede lam, maar moet die zelf pakken. De wolf wordt door de boer betrapt en geslagen. Een tweede keer haalt de vos pannekoeken voor de wolf. De wolf wil meer en gaat zelf nog een pannekoek halen. Hij wordt weer betrapt. De derde keer besluit de wolf samen met de vos op zoek te gaan. Ze kruipen door een kelderraam en vinden daar vlees. De vos kruipt tijdens het eten steeds even door het raampje om te kijken of hij er nog door kan. Tegen de wolf zegt hij dat hij kijkt of er onraad is. Dan komt de boer eraan. De vos kan nog net door het raam. De wolf is te dik en moet achter blijven. De boer slaat hem dood.

Bron

J.R.W. Sinninghe: Volkssprookjes uit Nederland en Vlaanderen. Den Haag 1978, p.96-97

Motief

K1022.1 - Wolf overeats in the cellar (smokehouse).    K1022.1 - Wolf overeats in the cellar (smokehouse).   

Commentaar

The Wolf Overeats in the Cellar

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20