Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SINVS041 - De tovenaar en zijn leerling

Een sprookje (boek), (foutieve datum)

Leonardo_Diffusion_XL_a_realistic_color_photograph_of_a_wizard_0.jpg

Hoofdtekst

DE TOVENAAR EN ZIJN LEERLING
Er was eens een jongen die lezen noch schrijven kon en het toch zo graag geleerd had, maar hij vond niemand, die hem voor niets les wou geven en geld had hij niet. Eindelijk ontmoette hij een heer, die hem wel in dienst wilde nemen en hem dan tevens lezen en schrijven zou leren. Zoals je wel begrijpen kunt, nam de jongen het voorstel met beide handen aan, en nadat hij een half jaar lang zijn heer gediend had, had hij het al ver gebracht in de kunst van lezen en schrijven.
Eens beval de heer hem uit een dik boek over te schrijven hoe men zich in allerlei dingen en dieren kon veranderen. Hij had veel zin om dat eens te proberen en kijk, op slag was hij een koe. De koe liep het huis van de tovenaar uit en ging op haar gemak in een weiland liggen. Toen de boer de volgende morgen in de wei kwam, zag hij daar een vreemde koe liggen. Hij liet haar voorlopig bij de andere koeien en vroeg aan de mensen uit de buurt of er nergens een koe was weggelopen. Toen dat niet het geval bleek, nam hij haar aan de lijn mee naar de markt om haar daar te verkopen.
Weldra kwam er een veekoopman opdagen, die haar voor een goede prijs kocht en naar huis meenam.
Nadat hij er een eind mee gelopen had, rukte de koe zich eensklaps los en rende weg het bos in en daar werd de koe weer een jongen.
Toen de jongen uit het bos te voorschijn kwam, liep hij bijna tegen de veekoopman op, die hem buiten adem van het harde lopen vroeg: "Heb je nergens een koe gezien?"
"Neen," zei de jongen naar waarheid. "In het bos is stellig geen koe te vinden."
De kunst om zich in een dier te veranderen, vond hij zo mooi, dat hij spoedig daarna opnieuw een proef nam. Nu was hij een paard, dat naar dezelfde wei draafde en er ging liggen.
Weer vond de boer hem en weer nam hij hem mee naar de markt. Het toeval echter wilde, dat de tovenaar juist die dag naar de markt was gegaan om een paard te kopen en dat zijn oog viel op zijn veranderde knecht. Zo kwam de knecht op stal te staan bij zijn heer en meester en deze merkte al gauw wie hij was.
Hij besloot toen hem eens en voor altijd de lust om zich in dieren te veranderen af te leren, want hij wilde niet dat iemand buiten hem die kunst zou toepassen.
Daarom leidde hij hem een goede morgen uit de stal, besteeg hem en reed zo naar de hoefsmid om hem daar te laten beslaan. Toen dat gebeurd was, zei hij: "Smid, maak nu een staaf flink gloeiend en geef mijn paard daar een paar brandmerken mee."
De smid legde een lang ijzer in het vuur, maar eer het gloeiend was, veranderde het paard eensklaps in een haas en rende de smidse uit.
De tovenaar bleef niet achter. Op slag veranderde hij zich in een jachthond en joeg de haas na. De haas legde zijn oren in zijn nek en vloog over weilanden en sloten, door heggen en hagen, maar de hond was nog sneller. Geleidelijk haalde hij hem in, maar net toen hij hem pakken wou, werd de haas een vlinder en vloog op.
Terstond nam de tovenaar de gedaante van een eend aan en snapte naar de vlinder, maar het kleine dier bewoog zich te vlug; de eend slaagde er niet in haar te vangen. Tenslotte zou het de vogel toch wel gelukt zijn, maar toen liet de vlinder zich onverwachts vallen boven een tuin en lag daar op het pad als een gouden ring.
Juist wandelde daar een meisje, dat de ring opraapte en bekeek. De tovenaar veranderde zich weer in een mens, ging de tuin in en vroeg aan het meisje, of hij de ring niet van haar kopen kon.
"Neen," zei ze, "ik heb hem net gevonden en ik verkoop hem niet, hij is veel te mooi," en ze wilde hem aan haar vinger schuiven. De ring gleed echter uit haar hand en viel op het pad, maar onder het vallen veranderde de ring in een graankorrel.
En de tovenaar werd een haan, die de graankorrel wilde oppikken, maar eer hij dat doen kon, was de korrel een vos en beet hem de kop af. Dat was nu zijn loon, omdat hij de jongen lezen en schrijven had geleerd.
(Friesland)

Onderwerp

AT 0325 - The Magician and his Pupil    AT 0325 - The Magician and his Pupil   

ATU 0325 - The Magician and his Pupil.    ATU 0325 - The Magician and his Pupil.   

Beschrijving

Een jongen wordt leerling bij een tovenaar en leest in een boek hoe hij zich in een dier of voorwerp kan veranderen. Zonder dat de tovenaar het weet, verandert hij zich in een koe. De koe wordt op de veemarkt verkocht en verandert weer in een mens. Dan neemt de jongen de gedaante van een paard aan. Het paard wordt door de tovenaar gekocht. De tovenaar merkt wie het paard werkelijk is en wil hem laten brandmerken. De jongen verandert zich in een haas en gaat er vliegensvlug vandoor. De tovenaar verandert zich in een jachthond en gaat de haas achterna. De haas wordt een vlinder, de jachthond een eend. De vlinder verandert in een ring en daarna in een graankorrel. De tovenaar verandert zich in een haan om naar de graankorrel te pikken. De jongen verandert zich snel in een vos en bijt de kop van de haan eraf.

Bron

J.R.W. Sinninghe: Volkssprookjes uit Nederland en Vlaanderen. Den Haag 1978, p. 126-128

Motief

D1711.0.1 - Magician‘s apprentice.    D1711.0.1 - Magician‘s apprentice.   

H62.1 - Recognition of person transformed to animal.    H62.1 - Recognition of person transformed to animal.   

D671 - Transformation flight.    D671 - Transformation flight.   

K252 - Selling oneself and escaping.    K252 - Selling oneself and escaping.   

D100 - Transformation: man to animal.    D100 - Transformation: man to animal.   

D615.2 - Transformation contest between master and pupil.    D615.2 - Transformation contest between master and pupil.   

D610 - Repeated transformation.    D610 - Repeated transformation.   

L142.2 - Pupil surpasses magician.    L142.2 - Pupil surpasses magician.   

Commentaar

Bewerkt naar Dykstra 1896, dl.2, p.17-18.
The Magician and his Pupil

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20