Hoofdtekst
Adjendodderken en Anneken-Tooverheks
Adjendodderken maakte altijd huiskens van kaarten, maar Anneken-Tooverheks kwam ze elken dag omblazen. Adjendodderken werd dit moede, en op 'nen keer bouwde hij een huisken van steen, en zette er een pompeken en een schouwken in, en als Anneken-Tooverheks nu nog kwam, dan zou ze het huizeken niet meer kunnen omblazen.
Opeens wordt er aan de deur geklopt!
"Wie is daar?" vraagt het ventje.
"Doe maar open, 't is Anneken-Tooverheks!" werd er geantwoord.
"Wat moet Anneken-Tooverheks hebben?"
"Een kooltje vuur!"
"Ik heb geen vuur!"
"Jawel, want ik heb het schouwken zien rooken."
"Dat is hier niet geweest! Dat is hier naast geweest!"
"Neen, 't is hier geweest!" riep Anneken-Tooverheks, en ze ging kwaad weg.
's Anderendaags kwam ze weer en klopte nogmaals aan.
"Wie is daar?" riep Adjendodderken.
"Anneken-Tooverheks."
"Wat zal Anneken-Tooverheks nu weer moeten hebben?"
"Een eemerken water!"
"Ik en heb geen water!"
"Jawel! ge hebt water, want ik heb het pompeken hooren gaan!"
"Dat kan hier niet geweest zijn!" riep Adjendodderken; "dat zal hiernaast geweest zijn."
"Ik zeg u, als ge niet open doet, dan kap ik u den kop af."
Adjendodderken doet al gauw de ketting op de deur en kruipt in de schouw. Anneken-Tooverheks kwam toch binnen, en zocht overal naar hem, doch kon hem niet vinden. Eindelijk ziet zij hem in de schouw zitten, en sleurt er hem bij de haren uit.
"Leg uwen kop op de tafel, dat ik hem afkap!" waren de eerste woorden, die Adjendodderken hoorde.
"Hoe moet ik dat doen?" zei het slimme ventje; "doe gij het eerst eens voor!"
"Wel zo!" riep Anneken-Tooverheks, en ze legde haren kop zonder achterdocht op de tafel. En Adjendodderken pakt al gauw zijn bijltje, en kapt Anneken-Tooverheks den kop af...
En Adjendodderken ging rustig een haringskens braaien, en een pijpken rooken, en daar kwam een varken met 'nen langen snuit en het vertelseltje is uit!
(Antwerpen)
Adjendodderken maakte altijd huiskens van kaarten, maar Anneken-Tooverheks kwam ze elken dag omblazen. Adjendodderken werd dit moede, en op 'nen keer bouwde hij een huisken van steen, en zette er een pompeken en een schouwken in, en als Anneken-Tooverheks nu nog kwam, dan zou ze het huizeken niet meer kunnen omblazen.
Opeens wordt er aan de deur geklopt!
"Wie is daar?" vraagt het ventje.
"Doe maar open, 't is Anneken-Tooverheks!" werd er geantwoord.
"Wat moet Anneken-Tooverheks hebben?"
"Een kooltje vuur!"
"Ik heb geen vuur!"
"Jawel, want ik heb het schouwken zien rooken."
"Dat is hier niet geweest! Dat is hier naast geweest!"
"Neen, 't is hier geweest!" riep Anneken-Tooverheks, en ze ging kwaad weg.
's Anderendaags kwam ze weer en klopte nogmaals aan.
"Wie is daar?" riep Adjendodderken.
"Anneken-Tooverheks."
"Wat zal Anneken-Tooverheks nu weer moeten hebben?"
"Een eemerken water!"
"Ik en heb geen water!"
"Jawel! ge hebt water, want ik heb het pompeken hooren gaan!"
"Dat kan hier niet geweest zijn!" riep Adjendodderken; "dat zal hiernaast geweest zijn."
"Ik zeg u, als ge niet open doet, dan kap ik u den kop af."
Adjendodderken doet al gauw de ketting op de deur en kruipt in de schouw. Anneken-Tooverheks kwam toch binnen, en zocht overal naar hem, doch kon hem niet vinden. Eindelijk ziet zij hem in de schouw zitten, en sleurt er hem bij de haren uit.
"Leg uwen kop op de tafel, dat ik hem afkap!" waren de eerste woorden, die Adjendodderken hoorde.
"Hoe moet ik dat doen?" zei het slimme ventje; "doe gij het eerst eens voor!"
"Wel zo!" riep Anneken-Tooverheks, en ze legde haren kop zonder achterdocht op de tafel. En Adjendodderken pakt al gauw zijn bijltje, en kapt Anneken-Tooverheks den kop af...
En Adjendodderken ging rustig een haringskens braaien, en een pijpken rooken, en daar kwam een varken met 'nen langen snuit en het vertelseltje is uit!
(Antwerpen)
Onderwerp
AT 0327C - The Devil (Witch) Carries the Hero Home in a Sack   
ATU 0327C - The Devil (Witch) Carries the Hero Home in a Sack.   
Beschrijving
Een mannetje heeft een huisje van kaarten gemaakt. Een heks blaast het omver. Dan maakt het mannetje een huis van steen. Vervolgens klopt de heks aan de deur en vraagt om vuur. Het mannetje doet niet open. De tweede keer vraagt de heks om water. Het mannetje doet de deur nu wel open, maar verstopt zich snel. De heks vindt hem en wil zijn hoofd eraf hakken. Het mannetje vraagt de heks voor te doen hoe hij zijn hoofd moet neerleggen. De heks doet het waarna het mannetje háar hoofd afhakt.
Bron
Volkskunde. Tijdschrift voor Nederlandsche Folklore 1 (1888) 7-8
Motief
G526 - Ogre deceived by feigned ignorance of hero.   
Commentaar
1888
Vergelijk met SINVS019
The Devil (Witch) Carries the Hero Home in a Sack
Naam Overig in Tekst
Adjendodderken   
Anneken-Tooverheks.   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
