Hoofdtekst
"Te Hillegem" (bij Sottegem), zoo zegt men in de omliggende dorpen, "kan men niet tellen." Deze zegswijze steunt op de volgende geschiedenis: Zeven boeren van Hillegem zaten eens bijeen. Zij wisten wel dat zij met zevenen waren, en toch, wanneer zij begonnen te tellen, kwamen zij maar altijd tot zes.
"Ik ben ik," zegden zij altijd, "en gij is éen, twee, enz."
Zoo telden zij nooit zeven. Na lang nadenken vonden zij eindelijk een middel om dit moeielijk vraagstuk op te lossen. Zij staken allen hunnen vinger in een koeienvlaai, en zoo vonden zij zeven holekens.
(Gehoord te Burst)
"Ik ben ik," zegden zij altijd, "en gij is éen, twee, enz."
Zoo telden zij nooit zeven. Na lang nadenken vonden zij eindelijk een middel om dit moeielijk vraagstuk op te lossen. Zij staken allen hunnen vinger in een koeienvlaai, en zoo vonden zij zeven holekens.
(Gehoord te Burst)
Onderwerp
AT 1287 - Numskulls Unable to Count their own Number   
ATU 1287 - Numskulls Unable to Count their own Number.   
Beschrijving
Zeven boeren weten dat ze met zijn zevenen zijn. Toch komen ze bij het tellen nooit op dit getal uit. Ze besluiten hun vingers of neuzen in een koeievlaai te duwen en de gaten te tellen.
Bron
Volkskunde. Tijdschrift voor Nederlandsche Folklore. 1 (1888) 42
Motief
J2031 - Counting wrong by not counting oneself.   
J2031.1 - Numskulls count selves by sticking their noses in the sand.   
Commentaar
1888
Numskulls unable to Count their own Number
Naam Locatie in Tekst
Hillegem   
Sottegem.   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
