Hoofdtekst
De Ammansput
't Was in de kermisweek — Sint Amandus kwam van Winnik (Denderwindeke), waar hij was gaan prediken.
Op den Roe, (wijk van Pollare) was ieder aan zijnen hak. Amandus vroeg er in drij, vier huizen 'nen boterham.
"Wij hebben geen brood," klonk het overal; "wij zijn bezig met bakken."
"Geef mij een brokje deeg, dat ik er mij een broodje van make!"
"Dat hebben wij veel te duur betaald, om het aan u te geven," was 't antwoord.
Als Sint Amandus in zijn vijfde huis met hetzelfde compliment aan de deur werd gezet, maakte hij zich zoo kwaad, dat hij in groote gramschap uitriep: "Ewel, leelijke wijven, gij en wilt mij nie wat deeg geven om mij een broodje te maken, nu en zulde zelf uw brood in den oven nie krijgen!" en met deze vermaledijding, ging hij langs de Paddenholle naar Ninove.
Zie, nauwelijks had de heilige man de verwensching uitgesproken of het `beslegen' brood van gansch den Roe begon te zwellen, te zwellen en zoo dun te worden als water, zoo dat het eindelijk van den paal liep en niet in den oven te krijgen was. De wijven, met paal en ovenstaak gewapend, zetten dan Amandus na.
Deze spoedde zich voort en ging droogvoets over den Dender. De vrouwen wilden hem achterna, maar nauwelijks zetteden zij den voet op het water, of zij zonken naar den grond en verdronken.
't Was in de kermisweek — Sint Amandus kwam van Winnik (Denderwindeke), waar hij was gaan prediken.
Op den Roe, (wijk van Pollare) was ieder aan zijnen hak. Amandus vroeg er in drij, vier huizen 'nen boterham.
"Wij hebben geen brood," klonk het overal; "wij zijn bezig met bakken."
"Geef mij een brokje deeg, dat ik er mij een broodje van make!"
"Dat hebben wij veel te duur betaald, om het aan u te geven," was 't antwoord.
Als Sint Amandus in zijn vijfde huis met hetzelfde compliment aan de deur werd gezet, maakte hij zich zoo kwaad, dat hij in groote gramschap uitriep: "Ewel, leelijke wijven, gij en wilt mij nie wat deeg geven om mij een broodje te maken, nu en zulde zelf uw brood in den oven nie krijgen!" en met deze vermaledijding, ging hij langs de Paddenholle naar Ninove.
Zie, nauwelijks had de heilige man de verwensching uitgesproken of het `beslegen' brood van gansch den Roe begon te zwellen, te zwellen en zoo dun te worden als water, zoo dat het eindelijk van den paal liep en niet in den oven te krijgen was. De wijven, met paal en ovenstaak gewapend, zetten dan Amandus na.
Deze spoedde zich voort en ging droogvoets over den Dender. De vrouwen wilden hem achterna, maar nauwelijks zetteden zij den voet op het water, of zij zonken naar den grond en verdronken.
Beschrijving
Een heilige komt in een dorp preken. Onderweg vraagt hij aan elk huis om wat brood. Maar niemand geeft hem wat. Hij verwenst de vrouwen en zegt dat het ze niet zal lukken hun brooddeeg in de oven te krijgen.
Het deeg wordt heel waterig en stroomt weg. Boos gaan de vrouwen de heilige achterna. De heilige stapt over het water zonder nat te worden. De vrouwen proberen het ook, maar zakken naar de bodem en verdrinken.
Het deeg wordt heel waterig en stroomt weg. Boos gaan de vrouwen de heilige achterna. De heilige stapt over het water zonder nat te worden. De vrouwen proberen het ook, maar zakken naar de bodem en verdrinken.
Bron
Brief van H. den Wilder n.a.v. publicatie. In:Volkskunde. Tijdschrift voor nederlandsche Folklore. 1 (1888) 92
Commentaar
1888
Naam Overig in Tekst
Sint Amandus   
Winnik   
Den Roe   
Paddenholle   
Naam Locatie in Tekst
Denderwindeke   
Pollare   
Ninove.   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
