Hoofdtekst
Er was nog eens een klein meisken, en dat heette Vetmoleken, en het kwam met zijne moeder, die leurster was, alle dagen voorbij een klein huisken, dat aan den rand van een bosch stond, al roepende: "Saai en garen! Garen en saai!"
En in dat huisken woonde eene tooverheks. En op zekeren dag zegde deze: "Dat geroep verveelt mij! Vetmoleken, pas op!"
En 's middaags ging zij met eenen zak, midden in het bosch, Vetmoleken afwachten, als zij terugkwam van de school. En zij stak Vetmoleken in den zak, en trok ermede naar haar huisken. Onderweg moest de tooverheks aan eene behoefte voldoen, en daarom vroeg zij aan een meisken, dat op haar bleekgoed paste, den zak eens evekens vast te houden.
Als Vetmoleken met de bleekster alleen was, zegde zij: "Ach, meisken lief, laat mij uit den zak. De tooverheks heeft mij erin gestoken. Zet dien tob vol water in mijne plaats."
Als nu de tooverheks voortging, lekte de zak gedurig: "Pis maar, Vetmoleken," zei het wijf; "gij zult thuis ook wel pissen!"
Als de tooverheks thuis kwam, riep zij: "Ha! Nu heb ik u!"
En meteen schudde zij den zak om. Maar, toen de tob voor den dag kwam, begon zij te razen, te tieren en te vloeken, dat de muren van haar huisken nog zwarter werden als zij waren.
"Wacht maar," dacht de tooverheks; "ik zal u wel terugkrijgen!"
En 's anderdaags ging zij weer met haren zak in het bosch staan. Vetmoleken werd er voor den tweeden keer ingestoken, en met haren last op den schouder trok de tooverheks naar huis. Onderwege kreeg zij weer eenen overval, en daarom vroeg zij aan 'nen boer, die eene doornlaren haag aan 't snoeien was, om den zak eens evekens vast te houden.
Als Vetmoleken met den snoeier alleen was, zegde zij: "Ach, baasken lief, laat mij uit den zak. De tooverheks heeft mij ingestoken. Leg dien hoop met doornentakken in mijne plaats."
Onder het gaan drongen de doornen in het verrimpelde lijf van de tooverheks: "Steek maar, Vetmoleken," zei het wijf, "gij zult thuis ook wel steken."
Als de tooverheks thuis kwam, riep zij: "Ha! Nu heb ik u!"
Maar, toen in plaats van Vetmoleken de doornen takken uit de zak vielen, vloekte zij weer als een ketter.
"Wacht maar," dacht de tooverheks, "ik zal u wel terugkrijgen!"
En 's anderdaags ging zij nogmaals met haren zak in bet bosch staan. Vetmoleken werd er voor den derden keer ingestoken en zonder overval kwam de tooverheks ditmaal thuis.
"Ha! Nu heb ik u!" riep de kol, en trok het meisken met de haren uit den zak. In het midden van de kamer zag Vetmoleken nu eenen kapblok staan, en daarnevens eene scherpe bijl.
"Leg nu uw hoofdeken eens op dat bloksken," zegde de tooverheks.
"Dat kan ik niet," zegde Vetmoleken.
"Och, het is zoo gemakkelijk," zegde de tooverheks.
En daarop legde zij zelve het hoofd op den kapblok. Maar Vetmoleken nam nu de scherpe bijl, en kapte de tooverheks met eenen houw den kop af.
En daar sprong een hond door de ruit
en 't vertelselken is uit.
Onderwerp
AT 0327C - The Devil (Witch) Carries the Hero Home in a Sack   
ATU 0327C - The Devil (Witch) Carries the Hero Home in a Sack.   
Beschrijving
Bron
Motief
G10 - Cannibalism.   
G441 - Ogre carries victim in bag (basket).   
K526 - Captor’s bag filled with animals or objects while captives escape.   
G526 - Ogre deceived by feigned ignorance of hero.   
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Vetmoleken   
