Hoofdtekst
Een man ziet in de krant een advertentie: 59 gulden voor een pak met pantalon, sokken en een strijkijzer.
"Da's geen geld," zegt de man en gaat naar het warenhuis.
De verkoopster wijst hem het rek, en de man kiest een marineblauw pak uit. Hij trekt het meteen aan en betaalt.
Buiten komt hij zijn oude vriend Henk tegen.
"Hé Jan, wat heb je een mooi pak aan."
"Ja," zegt Jan, "maar 59 gulden, met een pantalon erbij, sokken en een strijkijzer."
"Prachtig," zegt Henk, "maar die linkermouw lijkt me nogal lang."
"Nou je 't zegt," zegt Jan, "daar ga ik gelijk even voor terug."
Tegen de verkoopster zegt de man: "Kijk, die linkermouw is wat te lang."
"Tja," zegt de verkoopster, "als u die mouw wat optrekt en u klemt uw arm zo tegen uw borst, dan ziet niemand er wat van."
"Inderdaad," zegt de man en vertrekt weer.
Buiten komt de man zijn schoonmoeder tegen.
"Hé Jan, wat heb jij een mooi pak aan."
"Ja," zegt Jan, "maar 59 gulden, met een pantalon erbij, sokken en een strijkijzer."
"Prachtig," zegt zijn schoonmoeder, "maar die broekspijpen lijken me wat aan de lange kant."
"Nou je het zegt," zegt Jan, "daar ga ik gelijk even mee terug."
En de man wijst de verkoopster erop dat de broekspijpen wat lang zijn.
"Och," zegt de verkoopster, "dan moet u die broekspijpen wat optrekken en met uw knieën tegen elkaar blijven lopen."
Zo loopt Jan weer naar buiten: elleboog op zijn borst, knieën tegen elkaar. Hij steekt het zebrapad over. Lopen er twee oude vrouwtjes.
Zegt dat ene vrouwtje tegen het andere: "Dat ze voor zo'n schlemiel nog zo'n mooi pak kunnen maken, hè?"
(RTL4, MOPPENTOPPERS, SEPT. - OKT. 1994)
"Da's geen geld," zegt de man en gaat naar het warenhuis.
De verkoopster wijst hem het rek, en de man kiest een marineblauw pak uit. Hij trekt het meteen aan en betaalt.
Buiten komt hij zijn oude vriend Henk tegen.
"Hé Jan, wat heb je een mooi pak aan."
"Ja," zegt Jan, "maar 59 gulden, met een pantalon erbij, sokken en een strijkijzer."
"Prachtig," zegt Henk, "maar die linkermouw lijkt me nogal lang."
"Nou je 't zegt," zegt Jan, "daar ga ik gelijk even voor terug."
Tegen de verkoopster zegt de man: "Kijk, die linkermouw is wat te lang."
"Tja," zegt de verkoopster, "als u die mouw wat optrekt en u klemt uw arm zo tegen uw borst, dan ziet niemand er wat van."
"Inderdaad," zegt de man en vertrekt weer.
Buiten komt de man zijn schoonmoeder tegen.
"Hé Jan, wat heb jij een mooi pak aan."
"Ja," zegt Jan, "maar 59 gulden, met een pantalon erbij, sokken en een strijkijzer."
"Prachtig," zegt zijn schoonmoeder, "maar die broekspijpen lijken me wat aan de lange kant."
"Nou je het zegt," zegt Jan, "daar ga ik gelijk even mee terug."
En de man wijst de verkoopster erop dat de broekspijpen wat lang zijn.
"Och," zegt de verkoopster, "dan moet u die broekspijpen wat optrekken en met uw knieën tegen elkaar blijven lopen."
Zo loopt Jan weer naar buiten: elleboog op zijn borst, knieën tegen elkaar. Hij steekt het zebrapad over. Lopen er twee oude vrouwtjes.
Zegt dat ene vrouwtje tegen het andere: "Dat ze voor zo'n schlemiel nog zo'n mooi pak kunnen maken, hè?"
(RTL4, MOPPENTOPPERS, SEPT. - OKT. 1994)
Beschrijving
Een man koopt voor heel weinig geld een mooi pak, met een pantalon, sokken en een strijkijzer. Aangezien een mouw en twee pijpen wat te lang zijn, adviseert de verkoopster de man om in een onnatuurlijke houding te lopen. Dit ontlokt twee vrouwtjes buiten de opmerking: "Dat ze voor zo'n schlemiel nog zo'n mooi pak kunnen maken, hè?"
Bron
n.v.t. (RTL4, Moppentoppers, sept. - okt. 1994)
Commentaar
september - oktober 1994
Naam Overig in Tekst
Henk   
Jan   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
